Mina en Marie

April 2018 – Een van de reacties op deze website kwam van de familie Arie en Agaath de Kort. Zij wezen mij erop dat in het gedicht op deze website  – te beluisteren onder de titel Drama 1898 – gesproken wordt van de familie Kortman.

“Maar dit moet familie de Kort zijn. Mina hoorde bij onze familie de Kort. Later zijn er in onze familie nog kinderen vernoemd naar deze Mina. Wij wonen aan de Burg. Smitweg en hebben er een kwekerij tot aan de Rietveldse vaart.”

Met dit gegeven ben ik naar het Historisch Museum in Hazerswoude-dorp gestapt. Zij bleken ruim gedocumenteerd te zijn over het drama:

Over het gedicht: Dit is van de hand van Arie Dekker. Hij had een boekenwinkeltje aan de Dorpsstraat en gaf ook fraaie ansichtkaarten uit van Hazerswoude. Van zijn gedicht “Waar gebeurd te Hazerswoude” zijn meerdere versies in omloop. Maar in de versies die ik gezien heb spreekt hij van Kortman. Ik vermoed dan ook dat dit een dichterlijke vrijheid is die hij genomen heeft. Misschien lag het voorval nog te gevoelig of paste de naam Kortman beter in het gedicht.

Over het drama zelf: Mina en Marie, 18 en 19 jaar oud, waren twee hartsvriendinnen. Mina was de dochter van Arie de Kort en Hermina van der Lee; de familie was woonachtig op de boerderij Dorpsstraat 31. Vriendin Maria (Marijtje) was wees. Haar ouders Cornelis Groen en Antje van der Vis stierven toen zij nog maar 1 jaar was. Zij en haar 6 broers en zussen werden sindsdien verzorgd door een kinderloze oom en tante.

De Dorpsstraat omstreeks 1920. Rechts het pand van graanhandelaar W.Zintel. Daarnaast de boerderij van Arie en Hermina de Kort

Op zondagmiddag 9 oktober 1898 besloten Mina en Marie een wandeling te gaan maken. Volgens de toenmalige krant “de Rijnbode” hadden ze gezegd naar Boskoop te gaan. In werkelijkheid gingen ze ‘via binnenpaden naar Alfen, waar ze vertoefden tot reeds de avond gevallen was’. Op de terugweg gingen zij opnieuw binnendoor. Bij de Rietveldse molen aan­ge­ko­men raakten zij te water, dat (volgens het gedicht) met ”drijfvuil, kroos en wier” was bedekt. De meisjes verdronken.

Toen zij die avond niet naar huis teruggekeerd wa­ren, brak de paniek uit. De radeloze families startten tezamen met andere dorpelingen een zoektocht, die ‘den ganschen nacht’ aanhield. Echter, zonder resultaat.

Maandagochtend 10 oktober werden de levenloze lichamen van de meisjes ontdekt door een schipper die met een vol geladen schuit door de Rietveld­se sluis wilde gaan. Hij meldde zijn gruwelijke vondst aan de molenaar, waarna zij samen de lijken uit het water haalden.

De verslagenheid bij de families was enorm. Maar niet alleen bij hen. Het hele dorp leefde mee. Drie dagen later, op donderdag, vond de teraardebestelling plaats in het bijzijn van ‘een grote volksmenigte uit het dorp en naburige gemeenten’. Mina en Marie werden bijgezet in één graf, op de toenmalige begraafplaats achter de Ned. Hervormde Kerk.