Boerenvaardorp

Nadat de molen in 1648 zijn werk ging doen, duurde het nog vrij lang voordat bebouwing en bewoning in het Rietveld plaatsvond. Dat was namelijk pas in de tweede helft van de 19e eeuw. Slechts een paar woningen zijn van oudere datum. Vrijwel de gehele nederzetting voltrok zich binnen enkele decennia. Rond de eeuwwisseling hield het bouwen weer op, op een enkele woning na. Het vaardorp ging uiteindelijk uit 10 woningen en 11 boerderijen bestaan en dat zou niet meer veranderen. De gehele bebouwing concentreerde zich aan de Rietveldse Vaart, de toegangsvaart tot de polder Rietveld.

Aanvankelijk vonden alle Rietvelders hun bestaan, direct of indirect, in de 11 veeboerderijen in dit gebied. Daar werd hard gewerkt; alles ging in die tijd immers nog met de hand. Maar het was vooral de versnippering – de vele (kleine) stukken weiland met water ertussen – en het ontbreken van wegen, die alles extra bewerkelijk maakten. Als gevolg daarvan had het boerenleven in het Rietveld zijn eigen wetten.

Na de winter gingen de koeien naar buiten op het weiland bij de boerderij. Maar als het gras op was werden zij verscheept naar een ander weiland en vervolgens vaak weer naar een ander weiland. En voor de winter weer terug naar de stal. Het melken gebeurde uiteraard op de plek waar de koeien graasden. Je zag de boer dan ook vaak met zijn melkspullen in een roeiboot uitvaren. Ook ander vee, schapen vooral, zag je regelmatig in de boot. Hooi werd in die tijd intensief bewerkt en gedroogd (op ‘ruiters’) en daarna opgehaald. Soms met paard en wagen voor zover beschikbaar, maar vaak met de boot en zeker als het van verdere (w)eilanden kwam. Ook ander veevoer – het bijvoer en het wintervoer – werd met schouw en schuit aangevoerd. En dagelijks werd de melk van de koeien – dat voor de belangrijkste inkomsten zorgde -met de melkboot afgevoerd.

Al dit werk werd niet alleen verricht door de veehouders en hun gezinnen, maar ook door daggelders, de meelvaarder en de melkvaarder. Ondertussen zorgde de molenaar in de Rietveldse molen ervoor dat iedereen droge voeten hield.

Er ontstond slechts één niet-agrarische bedrijf aan de Rietveldse Vaart, namelijk Klein Giethoorn. Al meer dan 90 jaar wordt deze uitspanning (hotel/café, roeibotenverhuur), bezocht door vissers uit de wijde omgeving of dagjesmensen uit de omtrek. Dankzij Klein Giethoorn werd het Rietveld ook een recreatiegebied voor de omgeving.

Het sociale leven.  De bevolking van het Rietveld vormde een hechte gemeenschap. Dit was het gevolg van de geïsoleerde ligging van het gebied en de afhankelijkheid van vervoer over water. Vaak had men elkaar nodig, vaak kwam men elkaar op het water tegen. Gezelligheid werd dan ook op de eerste plaats bij elkaar gevonden. Zoals in onderlinge buren- of spelletjesavonden. Bij grotere gebeurtenissen, zoals een huwelijk of begrafenis waren altijd alle bewoners van het Rietveld welkom.

Aan hun tijd in het Rietveld bewaren oud-bewoners doorgaans goede herinneringen. Vaak wordt daarbij vooral de sociale samenhang genoemd die het leven zo bijzonder maakte. 

Iedereen een eigen boot. Op de Rietveldse vaart was het een komen en gaan van boten. Niet zo vreemd, want het waren vaak grote gezinnen en iedereen vanaf 12 jaar had een eigen roeiboot. Dat was nodig, vanwege de verschillende begin- en eindtijden van school of werk. Voor de huisvrouwen lag dit anders. Zij kwamen immers alleen van hun eiland voor kerk- of familiebezoek en dan was er altijd wel iemand die met hen meeging. Voor de huisvrouwen dus geen eigen boot.

Varende leveranciers. Aan het vaarverkeer werd ook deel genomen door de leveranciers. Tot in de jaren 60 kwamen zij per boot aan huis en dit ten behoeve van de bewoners of het vee. Een maal per jaar werd er voer bezorgd voor het vee en kwam de kolenboer aan huis voor de wintervoorraad antraciet en eierkolen. Wekelijks kwam de meelschipper, maar ook de slager en de melkboer. En wanneer het nodig was kwam de wijkverpleegster roeiend om de baby’s in te enten en te wegen. Dagelijks kwam de melkschipper de melk ophalen en de postbode de brieven bestellen. En ook kwamen er maar liefst drie bakkers het brood bezorgen, te weten een katholieke, een hervormde en een gereformeerde en dat natuurlijk bij de Rietveldbewoners van hetzelfde geloof. 

IJsvorming. Bij ijsvorming dreigde een isolement van het vaardorp. Het personenvervoer kon nog wel improviseren. Door over het eigen en elkaars land lopen (via planken en ingevroren boten) en soms ook door ver om te lopen kon men uiteindelijk toch zijn doel bereiken. Maar voor de melkboot lag dit anders: die moest dagelijks varen. Alles werd uit de kast gehaald om de vaart zo lang mogelijk open te houden. Ook leveranciers konden er zo nog doorheen. Totdat de vaart uiteindelijk toch dicht lag. Vanaf dat moment ging alles over het ijs.

En dan ontstond er een soort opwinding: Het Rietveld had een weg!  Deze ijsweg werd vervolgens de ontmoetingsplek bij uitstek; ook werd er volop geschaatst. Gezelliger kon bijna niet.

Overzichtsfoto begin jaren 50