De Rietveldse molen

Foto van de Rietveldse molen in 1937 met de oude sluis en de hooiberg: 

Toen de krachtige molen in 1648 begon te malen, kwamen er protesten. Allereerst vanuit de Rietveldse polder zelf, waar de vele eendenkooien te droog kwamen te staan. Om het probleem op te lossen werd in 1652 aan de kooikers toegestaan zelf kleine watermolens te plaatsen in hun gebied om de eendenkooien van voldoende water te voorzien.

Maar ook buiten het Rietveld zorgde de molen voor problemen. Hij sloeg namelijk zoveel water uit naar de Kerkvaart (toen tijdelijk de Vliet genoemd), dat de landerijen aan de andere kant van de molen regelmatig onderliepen. In de volgende jaren werd daarom een directe afwatering vanaf de molen naar de Rijn gegraven. Deze was gereed in 1659.

De vaart werd werd al snel de Papenvaart genoemd; het langs deze vaart gelegen pad kreeg de naam van Papenpad. Reden was dat de rooms-katholieken deze route gebruikten om naar hun kerk te gaan aan de Rijndijk.

De molen was geschikt voor bewoning en is ook van meet af aan bewoond geweest door een molenaar. De zorg voor het droog houden van de Rietveldse polder werd als een dagtaak gezien. Het is een bijzonderheid dat de molen van 1791 tot 1925 bemalen werd door vijf leden van het molenaarsgeslacht Van den Bosch.

Tot 1966 verzorgde de Rietveldse molen de bemaling van de omliggende polder. In dat jaar is haar functie overgenomen door een gemaal in Boskoop. Sindsdien maalt de molen in circuit, dat wil zeggen dat het water dat wordt opgemalen weer terugloopt.  De molen is sinds 1967 eigendom van de Rijnlandse molenstichting en werd in 1972 grondig gerestaureerd                                                                                                                                                                                                          

Van de Rietveldse molen zijn door de jaren heen veel foto’s gemaakt: