Oorsprong

Het Rietveld maakte ooit deel uit van een veenmoeras langs de Rijn. Vanaf plm. 1300 werd dit restant veenmoeras ontgonnen en drooggelegd. Daarbij werd de Rietveldse vaart gegraven als ontginningsbasis en werden haaks op de vaart percelen uit gezet. Eerst werd al het hout weggehaald, vervolgens werden tussen die percelen sloten gegraven en uitgebaggerd. Er was veel bagger nodig om droge voeten te krijgen, dus het werden vaak brede sloten.

Toch stond het land vaak in de winter weer onder water. Dat kwam door het inklinken van de grond en omdat bemaling ontbrak. Het gebied was daardoor alleen geschikt voor hooibouw en – in beperkte mate – veeteelt. Ook, zo blijkt uit een kaart uit 1631, waren er in dit natte gebied opvallend veel eendenkooien.

Het water werd ingedamd. In 1470 werd het land aan de noordzijde door een kade afgesloten, de Kruiskade. Het land tussen deze kade en de Rijn, de Hoornse polder, kreeg al in 1491 bemaling, maar het Rietveld moest het nog even zonder doen. In 1521 werd op de grens tussen Hazerswoude en Alphen de Coppierenkade aangelegd, waardoor het Rietveld zijn definitieve begrenzing kreeg. ‘Trietvelt’ bestond tot dan nog uit verschillende kleine polders. Maar toen de ingelanden besloten deze samen te voegen tot een grote polder van 570 hectare, kon in 1648 de Rietveldse molen worden gebouwd.

Nadat de molen begon te malen was het snel met de wateroverlast in het Rietveld gedaan. Echter, last hadden nu de buren in de Geerpolder. Zij zagen het vele water dat door de krachtige molen werd uitgeslagen langs en over hun landen vloeien. Uiteraard werd hierover protest aangetekend bij Rijnland. Zo werd uiteindelijk de Papenvaart gegraven waardoor vanaf 1659 de uitwatering van de Rietveldse polder rechtstreeks naar de Rijn zou gaan plaatsvinden.

Het Rietveld werd niet “uitgeveend”. Ofschoon daartoe in 1841 wel werd besloten, bleek de turf uit deze polder minder geschikt als brandstof. Het zou teveel slib bevatten. De veenderij werd dan ook stil gelegd, eerst tijdelijk en daarna definitief. Het Rietveld behield daardoor zijn oorspronkelijke structuur.