In deze blog plaats ik nu en dan een bericht over het Rietveld. Dat bericht kan nieuws bevatten of over vroeger gaan; teksten en foto’s of een filmpje. Mocht u tips hebben, laat het mij dan weten via info@vaardorphetrietveld.nl of via Facebook. Via mijn Facebook kondig ik ook telkens aan dat er een nieuw bericht staat op deze blog.
Al meer dan een eeuw stond boerderij Rietveld 13 leeg. De laatste bewoners verlieten deze boerderij in 1921. De stal werd daarna nog wel gebruikt en werd eerst onderdeel van boerderij Rietveld 15 en later van Rietveld 11. Sinds kort is op het bouwvlak van Rietveld 13 het nieuwe huis gebouwd van Hugo en Daniëlla van der Lip. Omdat het nieuwe huis aangesloten is op de Burg. Smitweg heeft de gemeente het adres Rietveld 13 ingewisseld voor Burg. Smitweg 36e. Het adres Rietveld 13 bestaat daardoor niet meer.
Foto’s van de voormalige boerderij Rietveld 13, gemaakt in 2010. Daarna is het pand bekleed met damwandplaten. De bouwperiode van deze karakteristieke boerderij ligt volgens schattingen tussen 1750 en 1800.
Het een goede aanleiding om nog eens terug te gaan naar de laatste bewoners, de fam. Van den Bosch, die deze boerderij in 1921 verlieten.
Wie was deze familie Van den Bosch van Rietveld 13?
Ward van Teylingen
Iemand die daar meer over kan vertellen is Ward van Teylingen (83). Hij is vrijwilliger bij het Boomkwekerijmuseum in Boskoop, waar hij helpt met het organiseren van tentoonstellingen. Daarvoor had hij een kwekerij in Boskoop; onder andere bekend van de heester Viburnum. Hij is in het bezit van de Nederlandse Planten Collectie (NPC) van het geslacht Viburnum waaronder o.m. de Viburnum ‘Ward’.
Het Rietveld heeft voor Ward een speciale betekenis. Het is het gebied waar zijn voorouders, de familie Van den Bosch, vandaan komen en waar hij nog steeds graag is. In de geschiedenis van zijn voorouders staat vooral de boerderij Rietveld 13 centraal.
De overgrootouders
Het verhaal over zijn relatie met de familie Van den Bosch begint met zijn overgrootouders Klaas van den Bosch en Jannetje van Rijssel. Zij trouwden al jong, beiden 21 jaar, en vestigden zich in 1870 in de pachtboerderij Rietveld 13. Daar hadden zij een boerenbedrijf en stichtten zij een groot gezin van 12 kinderen, te weten 7 jongens en 5 meisjes. Hieronder de foto van dit gezin met aanverwanten uit 1907. Deze foto is te vinden in het boekje van Cees Kroon ‘Kent u ze nog…..de Hazerswoudenaren’ uit 1973.
Foto Klaas van den Bosch en Jannetje van Rijssel en aanverwanten
Op de foto staan ook Wards oud-oom en -tante Klaas van den Bosch en Pietje Quartel Zij staan op de foto op de 4e en 6e plaats van links. Ook zij gingen zich in het Rietveld vestigen en wel op het adres Rietveld 16, toen een boerderij. Zij waren volgens de tekst bij de foto “zeer hartelijke en vrome mensen, die menige winkelier van droge kousen of een oude jas voorzagen, wanneer zij ‘s winters bij slecht weer met hun roeiboten gevuld met koopwaar het Rietveld bezochten. Het was dan: ‘Kom maar gauw binnen, jongen, de koffie staat klaar en de kachel is warm, dan kan je wat drogen en uitrusten.’ Van Pietje is bekend dat ze in de oorlog eens een paar Duitsers die met een oude schouw de Rietveldse Vaart wilden oversteken, toeriep: Ach tobbers, motte jullie nou naar Engeland vare ? Jullie kenne nog nie eens de vaart over komme”.
De grootouders
Uiterst rechts op de familiefoto zitten dochter Aaltje van den Bosch en haar echtgenoot Gijs van Teylingen. Zij werden de grootouders van Ward. Op het moment van de foto woonden zij in het naastgelegen huis Rietveld 11.
Rietveld 11
Dat was in de periode van 1899 tot 1909, nadat de familie Van Meurs uit dat huis was vertrokken. De familie Stolwijk had het huis gekocht en Aaltje en Gijs konden het huis voor een periode van 10 jaar huren. Daar kreeg het jonge stel 4 kinderen, waarna zij naar de Voorweg 98 verhuisden, bij de boomkwekerij van Gijs. Vervolgens werd daar hun 5e kind geboren, te weten Marinus, de latere vader van Ward. Ook Marinus (1910) werd boomkweker. Hij trouwde met Dievertje van Klaveren; samen hadden zij 2 kinderen toen zich een drama voltrok.
Een drama
Het was het jaar 1945, de oorlog was net afgelopen en het geluk leek hen volop toe te lachen. Maar aan dat vooruitzicht kwam plotseling een einde, toen vader Marinus omkwam als gevolg van een noodlottig ongeval. Tijdens het bevrijdingsfeest in 1945 kwam de draad van zijn microfoon in aanraking met een hoogspanningskabel. Marinus was op slag dood, geëlektrocuteerd. Het feest hield onmiddellijk op, volop consternatie en vooral veel verdriet.
Vanaf die tijd stond moeder Dievertje er alleen voor. Twee van haar kinderen waren al geboren, daarvan was Ward nog maar 1 jaar oud. Het derde jongetje kwam 10 dagen na het overlijden van zijn vader ter wereld en kreeg de naam Marinus. Er brak, volgens Ward, een zware tijd aan: ‘Ik heb als kind veel tranen gezien’. Oom Piet nam de boomkwekerij van Marinus over.
Vaak ging het gezin in die periode naar het Rietveld, om tot rust te komen, soms ook met opa en oma. ‘Het voelde toch een beetje als de geboortegrond van onze familie’. Uit die periode bewaart Ward goede herinneringen en verschillende foto’s.
Dievertje van Klaveren en Marinus van Teylingen (l) en hun vrienden (r) in 1930Schooluitje Ward met klasgenoten 1948Oom Piet van Teylingen met gezin (1934)
Tien jaar verder vond moeder Dievertje een nieuwe partner. In verband daarmee vertrok het gezin naar de Betuwe. Maar tijdens zijn adolescentie keerde Ward terug naar Boskoop om in de avond de tuinbouwschool te doen. Dat diploma was toen verplicht als je een teeltvergunning wilde hebben en dat wilde hij. Hij trok in 1959 in huis bij zijn tante Janny van Teylingen. Na het opdoen van heel wat werkervaring nam hij op zijn 27e de kwekerij over van zijn oom Piet van Teylingen aan het Rijneveld 124 in Boskoop.
Rietveld 13, van boerderij naar stal, naar schuur
Terug naar boerderij Rietveld 13. Wat was de reden dat de grondleggers van deze grote familie hun boerderij in 1921 verlieten? Dat had te maken met het overlijden van Jannetje in dat jaar op 72 jarige leeftijd. Klaas van den Bosch woonde er toen nog als enige van het gezin. Hij besloot de deur van de boerderij achter zich dicht te trekken en te gaan wonen bij een van zijn kinderen.
De eigenaar van de boerderij (de erven van Jacomijntje Verbaan, weduwe van steenfabrikant Hendrik Knijf) besloot de boerderij niet langer te verpachten, maar te verkopen. Nieuwe eigenaar werd Hein van Nierop. Hij gebruikte de boerderij alleen nog als stal; het verouderde woongedeelte van de stal sloopte hij eruit. Dat deel werd opslagruimte. Zelf gingen hij en zijn vrouw wonen in de woning Rietveld 15, die hij kon overnemen van de fam. Innemee uit den Haag. Omdat dit voormalige buitenhuis aan de overkant van een brede sloot lag, maakte hij een brug zodat zijn woonhuis op 15 en de boerderij op 13 t.w. stal, hooiberg en varkenskot met elkaar verbonden werden (zie foto).
In 1960 startte Cees van der Lip hier een boerderij. Hij kocht boerderij Rietveld 13 van Hein van Nierop en het huis Rietveld 11 – niet zichtbaar op onderstaande foto – van de familie Stolwijk. Bij dit huis liet hij een nieuwe stenen stal bouwen. De oude koeienstal van de boerderij Rietveld 13 werd vanaf die tijd alleen nog als schuur gebruikt, o.a.voor de opslag. De brug werd weer weg gehaald; het slootje tussen het achterste deel en het voorste deel van de boerderij werd gedempt.
Foto1950:De boerderij van Hein van Nierop met woonhuis Rietveld 15 en de brug naar de boerderij op Rietveld 13
Allemaal familie – Vanaf het eind van de 18e eeuw waren verschillende families Van den Bosch actief in het Rietveld. We komen ze tegen als boeren, boomkwekers, turfstekers en molenaars. “Al deze families zijn uiteindelijk te herleiden tot een familie”, aldus Ward van Teylingen.
Tot 1972 werd de post nog bij ieder Nederlands gezin aan huis bezorgd. Maar in dat jaar introduceerde de PTT de zg. 10 meter-maatregel: Vanaf een nader te bepalen datum (’73/’74) zou de post alleen nog maximaal 10 meter vanaf de openbare weg worden bezorgd. Indien woningen verder van de weg stonden, kregen deze de beschikking over een zg. buitenbus, groen van kleur, die aan de weg moest worden geplaatst.
In het Rietveld sloeg de maatregel in als een bom. Vertaald naar het vaardorp betekende de PTT-maatregel dat de bewoners voor het ophalen van hun post een flink eind zouden moeten varen en lopen, namelijk naar hun brievenbus aan de nog maar net aangelegde Burg. Smitweg. Andere openbare wegen waren er toen nog niet. En wat minstens zo erg was, dat de zo belangrijke postbode uit het vaardorp zou verdwijnen.
De Rietveldse postbode
De postbode was een belangrijke figuur in het vaardorp. Hij maakte deel uit van een netwerk van leveranciers (zoals de melkvaarder en de bakker) die contact onderhield tussen het dorp en het geisoleerde vaargebied. En omdat hij elke dag vrijwel elk eilandje bezocht in het Rietveld was hij ook een schakel tussen de bewoners onderling, een soort verbinder dus. Die rol was op het lijf geschreven van Gijs den Hertog, in die tijd de belangrijkste postbode van het Rietveld en onder de bewoners zeer geliefd. Helaas is hij enkele jaren terug overleden en kunnen we hem niet meer spreken.
De Hazerswoudenaar Kees de Gelder (70), in die tijd ook werkzaam als postbode, viel soms in voor zijn collega. Kees vertelt: “ Iedere dag voeren wij met de PTT boot langs de Rietveldse woningen, onze fiets namen wij dan mee.
Kees de Gelder – Nadat hij in 1972 de tweejarige bestellersopleiding van de PTT had afgerond, werkte hij korte tijd als postbode.
De ene dag vertrokken wij bij Klein Giethoorn en deden we alle woningen naar het oosten. De boot ging dan aan het slot aan de Compierekade. De volgende dag begonnen we bij de Compierekade en deden we alle woningen naar het westen tot aan Klein Giethoorn. Bij ieder eiland werd aangelegd en werd de post aan de woning bezorgd. Maar meestal was dat niet nodig en kwamen de altijd nieuwgierige eilandbewoners je al tegemoet met de vraag: “Heb je nog nieuws uit het dorp?” Kees lachend: “Maar soms waren zij het die ons nieuwtjes vertelden, gehoord van de melkvaarder of de bakker die in de ochtend al langs waren geweest.”
“Voor de mensen uit het Rietveld verrichtten wij ook kleine diensten. Zo namen wij postzegels mee of brieven die verzonden moesten worden. Soms ook wel een pakje shag of pruimtabak uit het dorp, als daarom gevraagd was. Voor de ouderen hadden wij de service dat we de AOW-cheque ter plekke, in het Rietveld, uitbetaalden. Als het dan klopte kregen wij meestal een gulden en een kop koffie.”
De postbode was dus een belangrijke figuur in het vaardorp. Het was daarom begrijpelijk dat er onder de Rietvelders veel boosheid heerste over de voorgenomen maatregel van de PTT.
Het Rietveld in actie
Na onderling beraad over de PTTmaatregel werd vanuit de bewoners een comité samengesteld van drie wijze heren: Huug van der Lip, Gerrit de Wit en Rein van Vliet. Eerst wisten zij steun te verwerven bij de gemeente Hazerswoude. Vervolgens werden samen met burgemeester Johan ten Heuvelhof en wethouder Piet van der Werf gesprekken gevoerd met de PTT, eerst regionaal (in Leiden) en later landelijk (in Den Haag).
Maar de PTT bleek onvermurwbaar: het was een landelijke regeling waarop men geen uitzondering kon maken. De groene brievenbussen zouden geplaatst worden langs de dichtstbijzijnde openbare weg, de Burg. Smitweg en met name bij de aansluiting met het Pad van Meurs, toen nog een grindpad dat naar de vaart liep. In de maatregel was besloten dat noch de Rietveldse vaart, noch het private Pad van Meurs aangemerkt konden worden als openbare weg.
Krantenfoto 1973: Bewoner Huug van der Lip in gesprek met postbode Gijs den Hertog
Wat dit betekende voor de Rietvelders werd breed uitgemeten, ook in de regionale pers die volop meeleefde. De bewoners zouden dagelijks een afstand tot anderhalve kilometer moeten afleggen, varend over de Rietveldse Vaart en lopend over het Pad van Meurs, om hun post aan de Burg. Smitweg op te halen. Deze beproeving zou hen een half uur tot drie kwartier per dag kosten, “en dat gedurende de meest productieve tijd van de dag”, aldus de burgemeester. Er was weinig begrip voor de opstelling van de PTT; deze werd door Rietvelder Rein van Vliet als “keihard” betiteld.
Landelijke politiek ingeschakeld
Gezamenlijk werd besloten de kwestie voor te leggen aan de landelijke politiek. Al snel werden daarna politici in het Rietveld gesignaleerd uit de achterban van de burgemeester, zoals de kamerleden de Boer en Roolvink (ARP). Er volgden kamervragen aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, gesteld door 6 politici van ARP, CHU, KVP, PvdA en VVD. Deze kwamen uiteindelijk neer op de vraag: “Zijn er geen uitzonderingen mogelijk”. Ondertussen werden de problemen in het Rietveld ook belicht in de landelijke pers en was de NOS van de partij met tv-opnamen van het Rietveld. Het programma van Gewest tot gewest van 15 augustus 1973 besteedde via interviews met burgemeester Ten Heuvelhof en bewoner Rein van Vliet aandacht aan de problemen en liet daarnaast mooie beelden zien van het vaardorp.
Uiteindelijk had een vertegenwoordiging van de Rietvelders en de gemeente een gesprek met staatssecretaris Van Hulten (PPR), die in 1973 (mede)verantwoordelijk was voor de PTT. Burgemeester Ten Heuvelhof kwam daarin met het ultieme idee om ieder Rietvelds gezin jaarlijks 100 gulden te laten betalen om zo de service van de PTT in het vaardorp te kunnen handhaven. De staatssecretaris zelf dacht eerder aan uitstel van de maatregelen totdat het gehele Rietveld ontsloten zou zijn. Maar beide suggesties bleken nadien op tal van bezwaren te stuiten.
De teleurstelling was groot. De Rietvelders stonden met lege handen en zouden zich uiteindelijk toch moeten schikken naar de maatregelen voor de postbezorging, zoals die door de PTT waren aangekondigd. Er volgde nog wel een demonstratie van bewoners met solidaire postbodes door het Rietveld maar dat was achteraf eigenlijk het sluitstuk van de mooie service die de PTT al die jaren aan het Rietveld had verleend.
Eind1973: Bewoners en postbodes demonstreren gezamenlijk tegen de PTT maatregelen voor het Rietveld
De pijn werd verzacht
Toch zouden de pijnlijke gevolgen van de PTTmaatregel iets worden verzacht en wel door een aanpassing in de wegenstructuur. In de periode na het teleurstellende gesprek met de staatssecretaris, gingen de gemeente en Klein Giethoorn in overleg. Daarin kwamen zij overeen om het oude private Pad van Meurs te transformeren tot een ontsluitingsweg. Hetgeen na de recente aanleg van de Burg.Smitweg eigenlijk heel logisch was. Toen Klein Giethoorn bereid was het pad voor 1 gulden aan de gemeente over te dragen, kon snel zaken worden gedaan. Als nieuwe eigenaar zou de gemeente het pad asfalteren en voor het verdere beheer van het pad zorgdragen.
Zo werd het Pad van Meurs uiteindelijk toch een openbare weg en konden de buitenbussen (in 1974) alsnog bij de daar gelegen aanlegplaats van boten worden geplaatst. En hoefden de varende bewoners dus niet het pad heen en weer om hun post op te halen.
Grote veranderingen
Niettemin plaatste slechts een minderheid van de vaartbewoners hun brievenbus bij deze aanlegsteiger. Dat had vooral te maken met de transformatie van het vaargebied dat steeds verder werd ontsloten. Rietvelders met grond aan een van de ontsluitingswegen plaatsten hun brievenbus daar. Dus aan Burg. Smitweg en aan het Pad van Meurs. En dit proces ging door toen ook de twee andere ontsluitingswegen werden aangelegd: de Dijkgraafweg over de vaart heen en de Burg. Ten Heuvelhofweg -met dank aan de burgervader- aan de noordzijde van de vaart.
Pas vanaf 1984, na alle grote veranderingen, kregen de brievenbussen van alle Rietvelders hun definitieve plek . Het merendeel van de vaartbewoners (14) plaatsten hun brievenbus op eigen grond langs een van de ontsluitingswegen. De 7 Rietvelders die geen eigen grond hadden aan een openbare weg, bleven varen van en naar hun woningen. Zij plaatsten hun brievenbussen bij de aanlegplaatsen voor hun boten aan het Pad van Meurs (1) en de Dijkgraafweg (6).
Hoewel er inmiddels een sluitend bewegwijzeringssysteem voor het vaargebied is gemaakt, blijkt het voor de brieven- en pakketbezorgers van PostNL (en andere bezorgdiensten) vaak lastig om Rietveldse post in de juiste bus te deponeren. Deze bezorgers dienen dan ook over andere capaciteiten te beschikken dan de voormalige postbodes van PTT-post, namelijk kennis en overzicht van de Rietveldadressen in het omringende gebied.
De Dijkgraafweg over de Rietveldse Vaart. Op de voorgrond links een aantal brievenbussen van varende Rietveldbewoners, die hier hun boten aanleggen (foto D.Koster).
Het was zoals gebruikelijk weer heel gezellig tijdens de jaarlijkse plantenmarkt in vaardorp Het Rietveld. Dit jaar vond ‘de markt’ afgelopen zaterdag (6/6) plaats op het eiland van Michèle en Nop, Rietveld 9. Zij zorgden voor zelf gemaakte -heerlijke- taarten en de koffie en thee, terwijl 14 bewoners acte de presance gaven. In hun boten namen zij allerlei zelf gekweekte groente- en sierplantjes mee, vaak stekkies die ‘over’ waren en dus meegenomen konden worden door de anderen. Ook werden onderling plantadviezen en groene ideeën uitgewisseld en werd er volop rondgekeken in de groene oase op het eiland, waar de markt plaatsvond. Geconcludeerd kan worden dat de plantenmarkt ook dit jaar een succes was. Voorzien van ‘nieuwe aanwinsten’ voor de eigen tuin en op de hoogte van de laatste nieuwtjes voer iedereen aan het begin van de middag weer naar huis. De bakrecepten van haar heerlijke taarten werden door Michèle nagestuurd.
In deze blog een gesprek met Cok en Piet Rademaker. De twee broers zijn geboren op de Rietveldse molen en brachten daar een groot deel van hun jeugd door. Daarnaast gaat het gesprek over de verschillende Hazerswoudse molenaars die deel uitmaakten van hun familie.
De broers Piet (links ,1951) en Cok Rademaker (1949)
Het is februari 2026. Ik zit met de broers Piet en Cok Rademaker in het huis van Cok aan de Voorweg in Hazerswoude en we kijken uit op de Rietveldse molen. Daar begon hun leven, want beiden zijn geboren op deze molen. “Ja, we zijn beiden in de bedstee geboren. De molen had toen nog 2 bedsteden, daar is er nu nog een van over”. Oudste broer Wim (1947) was er toen al. Hij is helaas overleden in 2021. Samen met hun ouders, vader Gerrit Rademaker en moeder Coba Schellingerhout woonden de 3 jongens gedurende hun vroege jeugd in bij hun (groot)ouders op de Rietveldse molen. Daarna verhuisde het gezin naar de Gerelaan, waar zusje Ineke het gezin compleet maakte.
Het gezin Rademaker kwam voort uit twee molenaarsfamilies. Moeder Coba was enig kind van molenaar Cees Schellingerhout en zijn vrouw Pietertje; Cees was vanaf 1927 molenaar van de Rietveldse molen. En de echtgenoot van Coba, Gerrit Rademaker was de zoon van een andere molenaar, te weten Willem Rademaker. Willem was molenaar van de Benthuizer bovenmolen en had daarnaast een schildersbedrijf. (De Benthuizer bovenmolen is de afgeknotte stenen molen langs de spoorlijn in Hazerswoude Rijndijk – zie onderaan in deze blog).
Coba en Gerrit trouwden in 1942 en zo raakten twee molenaarsfamilies met elkaar verbonden.
De Rietveldse molen rond 1950het zomerhuisje nu
Na hun trouwen trokken Gerrit en Coba in bij hun (schoon)ouders op de Rietveldse molen. Als reeds volleerd molenaar kon Gerrit zijn schoonvader zo regelmatig bijstaan.
Het jonge gezin ging wonen in het (krappe) zomerhuisje naast de molen. Maar als het te koud werd – het zomerhuisje was maar halfsteens – verhuisde het gezin naar de molen. Dat ging zo om en om tot 1953.
In dat jaar verhuisden Gerrit en Coba samen met hun kinderen Wim, Cok en Piet naar de Gerelaan. Daar is dus dochter Ineke geboren.
Hoewel zij vanaf toen in het dorp woonden, waren de drie zoons daar niet vaak te vinden. Zij hadden hun hart verpand aan de Rietveldse molen en aan hun opa. “We zaten er altijd en gingen hem dan meestal helpen. Hij was ook zo’n leuke man, een beetje ondeugend ook. Om rond te kunnen komen had opa een klein boerderijtje bij de molen met 3 tot 5 melkkoeien en nog wat ander vee. De koeien stonden ’s winters in de achterste helft van het zomerhuis, die was ingericht als een stal. Ook stond er toen een hooibarg voor de opslag van het hooi. Ieder jaar hielpen we met hooien op de twee dijken (van de Papenvaart) bij de molen. Ook moest de moestuin bij de sluis worden bijgehouden. En naast dat alles werkte opa ook nog op de boomkwekerij van Pannebakker. Hij was een echte harde werker maar daarnaast was hij ook altijd bereid om mensen te helpen die het moeilijk hadden”.
De Rietveldse molen, geschilderd door Willem Rademaker, molenaar van de Benthuizer bovenmolen.
Toen de jongens wat ouder waren gingen zij nog vaak naar het Rietveld, maar niet alleen om op de molen te zijn, maar ook om wat geld te verdienen. Zij gingen dan melkmonsters nemen van de koeien van boeren die zich hiervoor hadden aangemeld. En dat gebeurde enkele malen per jaar en dan zowel in de late middag als van de ochtendmelk. ”Wij deden van elke koe een schepje melk in een flesje. Van deze monsters werden in de loop van de ochtend, o.a. het eiwit- en vetgehalte bepaald. Dat gebeurde in het dorp; de resultaten gingen naar de melkfabriek”.
Foto’s: Cees Schellingerhout, 41 jaar molenaar van de Rietveldse molen. Vanwege zijn 40 jarig jubileum als molenaar – in 1967 – was er feest in het Rietveld. Voor de molen (in de vreugdestand) staat de familie, v.l.n.r. Piet en Cok, de ouders Gerrit en Jacoba, oma Geertje (2e vrouw van Cees), opa Cees, voor hen staat Ineke en tenslotte Wim.
In 1968 verloor de Rietveldse molen zijn maalfunctie definitief aan het dieselgemaal van het Hoogheemraadschap, dat gebouwd was aan de Rijn bij Alphen. Dit gemaal had een maalfunctie voor zowel de Rietveldse als de Hoornse polder (tegenwoordig samen de Riethoornse polder). Opa Cees had het gemaal nog korte tijd kunnen bedienen totdat hij uiteindelijk kwam te overlijden. ”In het harnas”, zo werd gezegd.
Bij zijn schoonzoon Gerrit Rademaker, vader van Cok en Piet, liep het leven anders. Hij koos uiteindelijk niet voor het molenaarsberoep. Hij vond dat het ‘te weinig gaf, terwijl je er toch heel hard voor moet werken’. Hij werd, evenals zijn vader Willem, schilder van beroep maar was daarnaast in zijn vrije tijd vaak werkzaam in zijn grote hobby, het bedienen van molens. Hij deed dit op verschillende molens in Hazerswoude; op het laatst was hij vooral werkzaam bij molen de Rode Wip.
de Rijnenburger molen
Gerrit had ook nog een broer, Wim Rademaker, die eveneens molenaar werd. Hij trad in 1981 in dienst bij de gemeente Hazerswoude als bode en tevens molenaar van de gemeentelijke Rijnenburger molen. Hij ging wonen in de molenwoning naast de molen. De Rijnenburger molen in de Rijndijk werd in 2013 ondergebracht bij een eigen stichting. De bijbehorende woning werd gerestaureerd en wordt tegenwoordig verhuurd als vakantiewoning onder de naam ‘De vijfde wiek’. Een dochter van Wim, Tineke is nog steeds als vrijwilligster actief. Zij verzorgt rondleidingen in deze Rijnenburger molen.
En de drie zoons van Gerrit: Wim, Cok en Piet, hebben zij ooit overwogen om molenaar te worden? Piet: “Ik heb het in mijn jonge jaren weleens overwogen en was ook geabonneerd op het blad van de Vereniging De Hollandsche Molen. Maar gezin, studie, voetbal en de huttenbouw slokte al mijn vrije tijd op zodat het er nooit van gekomen is. Mijn broers hebben volgens mij nooit de ambitie gehad om molenaar te worden. We hebben wel allemaal, zoals we in de familie vaak zeiden, een tik van de malle molen gehad.”
De Benthuizer (boven)molen.
Deze stenen molen langs de spoorlijn in de Hoge Rijndijk is gebouwd in 1929 en was ter vervanging van een houten achtkanten molen met bovenbouw. Deze laatste molen, gebouwd rond 1765, was afgebrand op 31 juli 1928 omdat hij was geraakt door vonken van een passerende locomotief. De Benthuizer (boven)molen was onderdeel van een viergang maar stond op 3 km afstand van de andere molens; gezamenlijk hielden de molens de polders Benthuizer Noord- en Zuidpolder, alsmede de Benthornerpolder droog.
Willem Rademaker was de laatste molenaar op de bovenmolen. In 1960 werd een sloopvergunning afgegeven omdat deze molen op dat moment geen maalfunctie meer had. Dat was het gevolg van de opkomst van elektrische bemaling in deze polders. De kap en wieken werden eraf gesloopt, maar de woonfunctie bleef.Van de Benthuizer bovenmolen langs het spoor is dus alleen nog de stenen romp over.
In 1759 hield de commerciële turfwinning in Hazerswoude op met het droog malen van de grote Noordplas. Deze plas was het gevolg van een paar eeuwen intensieve turfwinning, waarbij de turf als brandstof werd geleverd aan met name de omliggende steden. Het waren 26 molens, verdeeld over 5 gangen, die 5 jaar nodig hadden om dit enorme water droog te malen. Daarna begon de ontginning van deze Noordplaspolder, die de officiele naam kreeg van ‘Hazerswoudse Droogmakerij’.
Dit betekende nog niet het einde van de turfwinning in Hazerswoude. Maar het vervolg van de turfwinning in de Boterpolder en het Rietveld was, zoals we zullen zien, veel minder succesvol.
De Boterpolder
Vanaf 1759 ging het proces van vervening door in de Boterpolder, nadat de eigenaren hiertoe octrooi hadden verkregen van het Hoogheemraadschap. In deze weliswaar kleine polder was er veel turf te winnen, tot zelfs 3 à 5 meter diep. Aanvankelijk verliep dit proces naar wens, maar geleidelijk begon dit te vertragen. De turf leek van steeds mindere kwaliteit, vooral in het noorden en oosten van de polder. Was het niet goed droog of was het de samenstelling? Het bleek dit laatste te zijn. Uiteindelijk viel de turfwinning geheel stil, terwijl nog een groot deel van de polder gedolven moest worden. In 1815 werd het waterniveau volgens planning verlaagd. Er werd een duiker onder de Voorweg gegraven waardoor het waterniveau van de Boterpolder werd verbonden met het niveau van de droog gemaakte Noordplaspolder. De Boterpolder was op dat moment echter nog lang niet ontveend; het restant veen was matig geschikt als turf en dus commercieel niet interessant.
Boterpolder gezien vanaf het KerkvaartpadOerhollandse tafereel in de Boterpolder
Toch raakte de Boterpolder dit overtollige veen nog kwijt. Vooral Boskoopse boomkwekers bleken hierin interesse te hebben omdat het vruchtbare aanvulgrond was voor hun akkers. De grond werd dan ook verhandeld – zeker niet voor de prijs van goud – en stukje bij beetje verscheept naar Boskoop. Dit ging als volgt: “Met een graafmachine werd de grond afgegraven, strook voor strook steeds verder naar de noord- en oostrand van de polder. Het werd geworpen in de lorries van een klein werkspoortje en deze werden met een dieseltje geduwd naar de Kerkvaart. Daar werden de bakken leeggestort boven de schepen van schipper Oostdam, die de grond naar Boskoop vervoerde”, aldus Jan van der Lip, geboren Rietvelder, die als kind ooggetuige was. Pas in de loop van de jaren 50 was de Boterpolder ‘schoon’ en stopte de grondhandel.
Het Rietveld
Nog was het niet gedaan met de zoektocht naar turf. Rond 1845 verkreeg de polder het Rietveld zijn octrooi en startte ook daar op verschillende plekken de turfwinning. Maar ook in het Rietveld werd geen ‘goud’ gevonden; na voldoende droging bleek ook deze turf slechts matig brandbaar. En het maakte niet uit waar gegraven werd. Die plekken zijn overigens nog steeds zichtbaar in het landschap. Een flinke veenplas ontstond tussen de Rietveldse vaart en de Burg. Smitweg, de plas waaraan de voormalige boerderij Rietveld 13 stond en die nu nog als schuur dienst doet. Deze plas is tegenwoordig eigendom van Klein Giethoorn. De smalle eilandjes langs dit water deden toentertijd dienst als legakkers waar de turf werd gedroogd. Nu staan er de caravans van recreanten.
Foto uit 2017. Dit ‘veengat’ ligt tussen de Rietveldse Vaart en de Burg Smitweg. Hier is in de 19e eeuw turf gewonnen. Rechts boerderij Rietveld 13. Deze zeer oude boerderij met schilddak staat sinds het vertrek van de fam. Van den Bosch (ong. 1920) leeg en werd nadien gebruikt als stal en later als schuur. In de boerderij zat een woongedeelte met keuken e.d.
En ook langs de Ten Heuvelhofweg zie je links en rechts enkele kleinere turf vergravingen. Deze zijn herkenbaar als brede vaart, zoals de zo genoemde Veensloot achter Rietveld 20 en naast Theetuin ‘t Woutje. Uiteindelijk stopte de turfwinning in het Rietveld bij gebrek aan succes en werd rond 1895 het octrooi ook weer ingetrokken.
Maar er kwam nog een kleine ‘nabrander’. Enkele boomkwekers besloten rond 1917 de rustige wintermaanden te benutten met het gezamenlijk starten van een turfgraverij. De eerste stap was het hernieuwen van het octrooi. Daarna kon de vervening starten (1918). Als plek was een halve hectare land gekozen aan de oostzijde van het toenmalige Pad van Meurs en tegenwoordig goed zichtbaar vanaf de Burg. Smitweg. (In deze Veenplas -zo genoemd – ligt nu het daar gebouwde Vikingschip.) De betrokken boomkwekers waren o.a. de heren Timmermans, Rijkaard en de gebrs Van den Bosch.
Foto van 1920, gemaakt bij de Veenplas in het Rietveld van de toen aanwezige veengravers en anderen. Van links naar rechts: Piet Hoeksel uit Reeuwijk, Arie Kroon, Rijk Oppelaar, Cor v.d.Bosch, Maartje v.d.Bosch, Niek v.d.Bosch. Op de grond zittend: Jan Pieter v.d.Bosch, Maarten v.d.Berg, Klaas v.d.Bosch.
De oogst van deze nieuwe veenderij was aanzienlijk, er werden honderdduizenden turfmoten gewonnen. Maar een onderschrift bij een foto uit die tijd luidde dat deze turven na droging ‘gedistribueerd’ werden. Dus niet verkocht. Hier speelde opnieuw de kwaliteit van de turf een rol. De turf was niet geschikt voor de markt, maar werd verdeeld onder de turfgravers. En vervolgens ging deze turf een rol spelen in de ruilhandel, die toen nog van betekenis was. Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de rook die in die tijd uit vele Hazerswoudse schoorstenen kwam, afkomstig was van de turf uit de Rietveldse bodem.
Over de matige kwaliteit van de turf: De matige brandbaarheid van de turf heeft waarschijnlijk te maken met de rietachtige samenstelling. Turf die meer rietvezels bevat heeft minder vaste koolstof dan houtvezels en heeft daardoor minder energie. Rietrijke turf heeft ook een hoger asgehalte; dat betekent dat een groter deel niet bijdraagt aan de warmte productie. Ook houdt turf met meer riet doorgaans meer vocht vast en geeft daardoor ook minder warmte af (en meer rook).
NB Een belangrijk deel van deze blog kwam tot stand na een gesprek met Jan van der Lip, bewoner en kenner van het Rietveld. LB
Het moet rond 1995 geweest zijn dat Antoon Stolwijk en zijn dochter Nelleke hun roeiboot aanlegden bij ons huis in het vaardorp op nr.11. Of ze even een kijkje mochten nemen. Antoon was hier namelijk geboren in 1921 en had hier gedurende zijn gehele jeugd gewoond. Terwijl hij rondliep in ons huis vertelde hij: ‘hier was nog een tweede bedstee; hier kookten we op petroleum en daar, door die klep, wasten wij ons in het Rietveldse water’. Dit alles deed hem denken aan zijn jeugd. Plotseling begon hij te vertellen over het grote drama dat hem als kind overkomen was.
Een drama
Nog maar 4 jaar oud kwam zijn vader Piet Stolwijk onverhoeds te overlijden. Het was het gevolg van een hartstilstand. De dood van zijn vader maakte diepe indruk op de kleine Antoon. Op de dag van de begrafenis werd de kist met daarin zijn vader op een schouw geladen en richting het dorp gevaren. Antoon bleef alleen achter en in de verte hoorde hij de doodsklokken luiden. Dat moment: de wegvarende kist met zijn vader, het geluid van de doodsklokken en het alleen achterblijven – hij vertelde erover, emotioneel, alsof het nog maar kort geleden was.
Het wegvallen van vader had ernstige gevolgen voor het hele gezin, bestaande uit Antoon, zijn broertje Arie(7) en moeder Maria. Er was niet alleen het emotionele verlies van vader en echtgenoot, maar ook het verlies van de kostwinner. Het gezin kwam dus zonder inkomsten; sociale voorzieningen waren er nog niet. Wel werd een beroep gedaan op de kerk, maar dat leverde niet veel op. Ook familieleden sprongen soms bij. Maria bezuinigde op vrijwel alles, maar het hielp niet. Het gezin verarmde steeds meer, er werd honger geleden.
Er kwam hulp
Antoon vertelde dat tijdens dat dieptepunt Cees Stolwijk, de broer van Piet, de helpende hand toestak. Hij – nog vrijgezel – kwam bij zijn schoonzus inwonen om te proberen ‘het armzalige gedoetje voor de totale ondergang te behoeden’. Na een paar jaar is Maria met haar zwager Cees getrouwd (1930) en was het gezin weer compleet. Er kwam zelfs nog een broertje bij, Piet, vernoemd naar de overleden man van Maria.
Woning Rietveld 11 toen…….. met houten aanbouw voor Piet en Bep
Het tweede huwelijk van Maria was ook weer van relatief korte duur. Na 13 jaar overleed haar man Cees, wederom als gevolg van een zwak hart. Maria bleef weer alleen achter; zoontje Piet was toen 11 jaar. Antoon en Arie waren inmiddels al volwassen (22 en 25 jaar) en werkzaam in de boomkwekerij. Dat zorgde ervoor dat het opnieuw overlijden van het hoofd van het gezin weliswaar heel verdrietig was, maar deze keer minder impact had.
Oma babbelaar
Moeder en later oma Maria is nog lang in het huisje in het Rietveld blijven wonen, namelijk tot 1960. Al die tijd woonde zij er gezellig samen met haar zoon Piet en vanaf 1955 ook met haar schoondochter Bep. Speciaal voor dit jonge paar werd een stukje aan het huis gebouwd (zie foto).
In de 50er jaren kwamen regelmatig kleinkinderen op bezoek. Vooral Antoon kreeg een groot gezin en zijn oudste kinderen waren altijd graag bij oma Maria. Ook bij de kinderen in het Rietveld was Maria populair, zij noemden haar ‘oma babbelaar’ omdat zij altijd zo’n snoepje voor hen had.
Oma Maria met 9 kleinkinderen in 1957
In contact met de familie
Met de kinderen van Antoon kregen wijzelf de afgelopen jaren ook contact. Zoals met Cees en zijn vrouw Bernadette. Zij kwamen zelfs een keer logeren, een weekje in ons tuinhuis. Cees vertelde hoe bijzonder het vroeger was om bij oma in het Rietveld te logeren.
“Het was er heerlijk rustig waar je uitsluitend het tikken van de klok hoorde. Buiten was het ‘s avonds pikkedonker omdat er geen buitenverlichting (lantaarnpalen) was zoals in de bebouwde kom. De kleinkinderen die regelmatig kwamen logeren, kregen alle aandacht van oma. We speelden er ganzenborden en mens erger je niet. Op zolder werd geslapen of men lag naast oma in de bedstee. ‘s Morgens werd je wakker van het geluid van de piepende roeiboten. Al heel vroeg vervoerden de boeren hun melkbussen en de tuinders gingen naar hun werk. Ook de koerende duiven was een geluid dat nog steeds bij ons naar boven komt als we terugdenken aan het logeren in het Rietveld. Het wassen in de ochtend en avond gebeurde in het boenhok van waaruit je bij het slootwater kon komen. De vissen zag je in het heldere en schone water zwemmen.’’
Ook broer Richard kwam bij ons langs, hij bracht het ‘familiedocument’ met zich mee, met levensbeschrijvingen van de gehele familie Stolwijk: opa’s en oma, vader Antoon en moeder Rie (Boere) en alle levens van de 12 kinderen. Geschreven door de kinderen zelf onder de redactie van de tweeling Cees en Marjan. Wij vonden het een zeer indrukwekkend en mooi geschreven boekwerk, om als familie trots op te zijn.
Grafsteen
Eind vorig jaar kwam deze vraag van Cees: ‘Het graf van mij vader Antoon wordt geruimd en nu blijft de grafsteen over. Zou hij bij jullie in de tuin mogen staan? Dit is tenslotte zijn geboortegrond’. Na enig nadenken vonden we het wel een goed idee. Zo’n bewogen leven en zo’n bijzonder verhaal, het is mooi om zo’n steen neer te leggen bij het huis waar het allemaal begonnen is. Dat maakt de cirkel rond.
Op een mistige dag in februari werd de steen gebracht door de broers Aad en Ton (zie het filmpje). En tegen de zomer kreeg de steen zijn definitieve plaats op een rustige plek in onze tuin. Aan de familie Stolwijk hebben wij gezegd dat zij welkom zijn om de steen en het huis van Antoon en Maria te bezoeken. Als een soort bedevaartsplek voor de familie.
Het was zaterdagavond 5 september 2025. Opnieuw en voor de 11e keer hadden we een prachtig buurtfeest in vaardorp het Rietveld. Het feest vond plaats op het schiereiland van Arne en Bertine, dus men kon met de boot komen maar ook op de fiets. En vrijwel iedereen gaf acte de presence, 39 Rietvelders waren aanwezig. Men kwam dan ook niet alleen voor de gezelligheid in de tuin, maar ook om het nieuwe huis te bewonderen.
Gezamenlijk had men heel wat heerlijke hapjes gemaakt, aangevuld met al het lekkers van de barbecue. En later op de avond maakte Arne als verrassing voor ieder die dat wilde een suikerspin.
Het eten en drinken, de prachtige tuin, het zonnetje en de relaxte sfeer: het was gewoon weer een heerlijk buurtfeest.
Toen het Rietveld ruim een halve eeuw geleden veranderde van boerenweiland naar boomkwekerijgebied had dat ook gevolgen voor de oevers rond de verschillende percelen. De weilanden kenden tot die tijd zachte en groene oevers; het grasland liep schuin af het water in, zodat het vee tussen het grazen door water kon drinken. Echter, rond de boomkwekerijen waren andere oevers nodig: het land werd wat opgehoogd, zodat de jonge aanplant niet met zijn wortels in het water zou staan en om de percelen heen werden harde oevers geslagen, van hout en golfplaten. Het aanblik van het land veranderde daardoor volledig.Inmiddels hebben in het Rietveld verreweg de meeste oevers harde kanten, de zachte oevers zijn ver in de minderheid.De onderstaande foto’s zijn beide in het Rietveld genomen:
De zachte oevers van het weilandDe harde oevers van de boomkwekerij
Rietkragen
In de afgelopen maanden zien we voor het eerst het tegenovergestelde gebeuren. Bij twee boomkwekerijpercelen aan de Rietveldse vaart zien we sinds kort geen harde oevers meer, maar mooie rietkragen. De twee percelen zijn eigendom van Merijn van Veen. Hij heeft de kragen aangebracht op eigen initiatief en voor eigen kosten. Het idee is ontstaan vanuit praktische overwegingen. “De oude oever van een van de twee percelen was aan de vaart op verschillende plekken weggespoeld Na overleg met mijn loonwerker besloten we er klei in te storten; de klei wordt bijeen gehouden met gaas en de wortels van het riet.” Vervolgens hebben ze hetzelfde gedaan bij het andere perceel. Nu het ingezaaide riet is opgegroeid vindt hij het “beter passen bij het oorspronkelijke Rietveld’. Merijn weet dat zijn groene oevers ook de kwaliteit van het water ten goede komen: “Dat is alleen maar mooi meegenomen”.
Het zou zo maar kunnen zijn dat het initiatief van Merijn het begin is van een nieuwe ontwikkeling. Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil namelijk in deze regio inzetten op verdere ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers. Doel: de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren.
Hieronder de rietkragen van Merijn.
De kwaliteit van het oppervlaktewater
De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in ons land is bijna overal matig tot slecht. Het Rietveld vormt daarop geen uitzondering. Dat betekent dat waterplanten en dieren in onze sloten en plassen zich niet of niet goed meer kunnen ontwikkelen. Er blijkt van alles in ons water te zitten: meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere schadelijke stoffen; ook kent het oppervlaktewater een te hoog stikstof- en fosforgehalte. Terwijl goed en gezond water van levensbelang is voor mens, dier en milieu. Vervuild water kan namelijk leiden tot problemen met drinkwater, recreatie, vee, visserij, landbouw en industrie.
Om de waterkwaliteit te verbeteren zijn maatregelen nodig. Het waterschap, verantwoordelijk voor het beheer van de waterkwaliteit, wil om die reden de aanleg van natuurvriendelijke oevers stimuleren.
Natuurvriendelijke oevers
Ons vervuilde water wordt steeds minder gezuiverd door de natuur zelf. Een belangrijke reden is dat er steeds meer harde oevers langs het water zijn aangebracht. Deze harde oevers blokkeren de natuurlijke overgang tussen water en land, waardoor de natuur zijn zuiverende werking niet meer kan verrichten.
Anders is het met natuurvriendelijke oevers. Dit zijn oevers met een geleidelijke overgang van land naar water en die ingericht zijn met allerlei oever- en waterplanten. Deze groene oevers bieden een leefgebied voor verschillende dieren, zoals vele soorten insecten en amfibieën, vogels en kleine zoogdieren. Deze natuurlijke oevers zijn van belang voor de biodiversiteit en voor de waterkwaliteit omdat ze een waterzuiverende werking hebben. Onder en tussen de waterplanten kunnen vissen schuilen, dus ook voor de ontwikkeling van de visstand zijn deze oevers van belang.
Naar groene oevers?
Waar zoveel harde oevers zijn ontstaan wil het Hoogheemraadschap de balans weer enigszins herstellen. Het stimuleert daarom de aanleg van natuurvriendelijke oevers vanwege hun water zuiverende werking. Ook de oevers van de Rietveldse vaart komen daarvoor in aanmerking. Als kwekers en/of bewoners hun harde oevers willen vervangen door natuurvriendelijke oevers dan is er de mogelijkheid hiervoor subsidie aan te vragen. De regels daarvoor staan op de website van het Hoogheemraadschap. De aanvraag dient te bestaan uit een ontwerp; een beschrijving van de werkzaamheden die nodig zijn; een kostenspecificatie; offertes van een officieel bedrijf dat het gaat uitvoeren en tekeningen.
De grondeigenaar moet toezeggen het onderhoud van zijn oevers voor zijn rekening te nemen.
Experimenteren in Boskoop
In het Boskoopse boomkwekerijgebiedwordt al volop geëxperimenteerd met de aanleg van natuurvriendelijke oevers, zowel via een herinrichting van harde oevers als ook via verschillende soorten constructies in de vaart, ‘kraggen’ en ’tillen’ genoemd. Kraggen zijn soort kisten met bagger en vegetatie; tillen zijn drijvende constructies waarop oever- en waterplanten groeien. Kraggen en tillen worden in het water geplaatst als de ruimte op het aangrenzend land niet groot genoeg is voor een natuurvriendelijke oever. Bij deze experimenten in Boskoop zijn zowel Greenport, het Hoogheemraadschap als boomkwekers betrokken.
Naast verbetering van de waterkwaliteit en een toename van biodiversiteit zorgen natuurvriendelijke oevers ook voor het terugdringen van de Amerikaanse rivierkreeft. Door het creëren van geleidelijk aflopende, begroeide oevers, wordt het voor rivierkreeften moeilijker om holen te graven en worden ze kwetsbaarder voor natuurlijke vijanden zoals vissen, vogels en insectenlarven. Uit enkele onderzoeken is gebleken dat de rivierkreeftenpopulatie afneemt bij natuurvriendelijke oevers.
Afgelopen zaterdag 14 juni hielden de bewoners van het Rietveld weer een schoonmaakactie in de Rietveldse vaart. Met 10 boten en bootjes ruimden zij de rommel op die niet in het water thuishoort. Al snel bleek de hoeveelheid afval in het water, vergeleken met vorige schoonmaakacties, enorm verminderd. Weinig plastic deze keer en vrijwel geen blikjes of flesjes, waarschijnlijk het gevolg van het statiegeldbeleid. De vangst van de dag was deze keer een dooie kip.
Een uurtje rommel uit het water vissen was voldoende. Daarna kwam men samen op het eiland van Michele en Nop, waar onder het genot van koffie en gebak de contacten tussen de bewoners weer werden aangehaald. Ondertussen werden plantjes en stekjes uitgewisseld, ook dat is een jaarlijks onderdeel van het ritueel. Het goede weer en de prachtige tuin maakten het ‘schoonmaakfeest’ compleet.
Op 2e Paasdag vierde Klein Giethoorn de start van het jubileum jaar 1925. Naast muziek, een plantenmarkt, hapjes e.d. werd een expositie geopend over het 100- jarig bestaan.
Dit jaar is het 100 jaar geleden dat boomkweker en Rietveldbewoner Han van Meurs vergunning aanvroeg voor zijn bedrijfje dat later Klein Giethoorn zou heten. De huidige beheerders van Klein Giethoorn, Monique Bisschop en Arjan de Kort, hebben besloten dit eeuwfeest te vieren vanaf 2e Paasdag. Op die dag is in het café van Klein Giethoorn een mini-tentoonstelling geopend over het 100-jarige bestaan met veel originele foto’s en weetjes. De expositie zal nog de gehele zomer open blijven tot 1 september aanstaande.
Een van de foto’s van de tentoonstelling laat een afbeelding zien van Karel Smit. Hij was de visser die begin jaren twintig Han van Meurs adviseerde te starten met roeibotenverhuur. Nadat Han hiermee begon bleek dit al gauw te voorzien in een behoefte. Naast zijn eigen boot ging hij ook geleende boten van buren beschikbaar stellen en toen dat ook een succes was, schafte hij vervolgens extra boten aan voor de verhuur. Een volgende stap was het bouwen van enkele optrekjes voor de overnachting. Samen met zijn vrouw Pleun, die over zakelijk inzicht beschikte, ontwikkelde Han een bedrijfje dat de naam Pension Natuurschoon kreeg, maar in de volksmond al gauw café Meurs werd genoemd. Niet alleen vissers, maar ook dagrecreanten kwamen roeien en genieten van het mooie Rietveld, waarna men meestal aanschoof op het terras met uitzicht op de Rietveldse molen. Er kwam ook een kleine speeltuin bij, speciaal voor de gezinnen met kinderen. Vooral aan die speeltuin heeft menigeen mooie jeugdherinneringen.
Hieronder een schilderij en een tekening uit de tentoonstelling
Pension Natuurschoon Klein Giethoorn
Vanaf 1951 traden drie volgende generaties in het familiebedrijf aan met -bijzonder genoeg- telkens een vrouw aan het bewind. Allereerst Nel van Meurs-van Vliet, dochter van Han. Samen met haar man Rein liet zij een nieuw café bouwen en doopten het bedrijf om in Klein Giethoorn. Onder hun leiding groeide Klein Giethoorn verder, het aantal roeiboten nam (tijdelijk) toe tot 37 en ook de speeltuin werd groter.
De vier generaties die Klein Giethoorn groot maakten.
In 1980 kwam het bedrijf in handen van Carla van Vliet-Bisschop, dochter van Nel. In deze periode ging het bedrijf zich concentreren op roeibotenverhuur, horeca en overnachtingen. De speeltuin verdween. En na 37 jaar droegen Carla en Fred hun bedrijf weer over aan dochter Monique Bisschop. Vanaf 2017 is zij, ondersteund door haar man Arjan de Kort de nieuwe uitbaatster van Klein Giethoorn. In de laatste jaren veranderde er veel. Naast de roeiboten worden nu ook fluisterboten, sups en kano’s verhuurd. En voor de vaar- en wandel- en fietstochten zijn een historische vaarkaart en routebeschrijvingen beschikbaar.
Ook verhuurt Klein Giethoorn naast het pension nu enkele vakantiewoningen, opgetrokken in landelijke stijl en heeft het sinds vorig jaar een nieuw café, in dezelfde stijl gebouwd.
De expositie 100 jaar Klein Giethoorn is nog tot september van dit jaar te zien in het café van Klein Giethoorn gedurende de openingstijden.