Natuurvriendelijke oevers

Toen het Rietveld ruim een halve een geleden veranderde van boerenweiland naar boomkwekerijgebied had dat ook gevolgen voor de oevers rond de verschillende percelen. De weilanden kenden tot die tijd zachte en groene oevers; het grasland liep schuin af het water in, zodat het vee tussen het grazen door water kon drinken. Echter, rond de boomkwekerijen waren andere oevers nodig: het land werd wat opgehoogd, zodat de jonge aanplant niet met zijn wortels in het water zou staan en om de percelen heen werden harde oevers geslagen, van hout en golfplaten. Het aanblik van het land veranderde daardoor volledig. Inmiddels hebben in het Rietveld verreweg de meeste oevers harde kanten, de zachte oevers zijn ver in de minderheid. De onderstaande foto’s zijn beide in het Rietveld genomen:

Rietkragen

In de afgelopen maanden zien we voor het eerst het tegenovergestelde gebeuren. Bij twee boomkwekerijpercelen aan de Rietveldse vaart zien we sinds kort geen harde oevers meer, maar mooie rietkragen. De twee percelen zijn eigendom van Merijn van Veen. Hij heeft de kragen aangebracht op eigen initiatief en voor eigen kosten. Het idee is ontstaan vanuit praktische overwegingen. “De oude oever van een van de twee percelen was aan de vaart op verschillende plekken weggespoeld Na overleg met mijn loonwerker besloten we er klei in te storten; de klei wordt bijeen gehouden met gaas en de wortels van het riet.” Vervolgens hebben ze hetzelfde gedaan bij het andere perceel. Nu het ingezaaide riet is opgegroeid vindt hij het “beter passen bij het oorspronkelijke Rietveld’. Merijn weet dat zijn groene oevers ook de kwaliteit van het water ten goede komen: “Dat is alleen maar mooi meegenomen”.

Het zou zo maar kunnen zijn dat het initiatief van Merijn het begin is van een nieuwe ontwikkeling. Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil namelijk in deze regio inzetten op verdere ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers. Doel: de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren.

Hieronder de rietkragen van Merijn.

De kwaliteit van het oppervlaktewater

De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in ons land is bijna overal matig tot slecht. Het Rietveld vormt daarop geen uitzondering. Dat betekent dat waterplanten en dieren in onze sloten en plassen zich niet of niet goed meer kunnen ontwikkelen. Er blijkt van alles in ons water te zitten: meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere schadelijke stoffen; ook kent het oppervlaktewater een te hoog stikstof- en fosforgehalte. Terwijl goed en gezond water van levensbelang is voor mens, dier en milieu. Vervuild water kan namelijk leiden tot problemen met drinkwater, recreatie, vee, visserij, landbouw en industrie.

Om de waterkwaliteit te verbeteren zijn maatregelen nodig. Het waterschap, verantwoordelijk voor het beheer van de waterkwaliteit, wil om die reden de aanleg van natuurvriendelijke oevers stimuleren.

Natuurvriendelijke oevers

Ons vervuilde water wordt steeds minder gezuiverd door de natuur zelf. Een belangrijke reden is dat er steeds meer harde oevers langs het water zijn aangebracht. Deze harde oevers blokkeren de natuurlijke overgang tussen water en land, waardoor de natuur zijn zuiverende werking niet meer kan verrichten.

Anders is het met natuurvriendelijke oevers. Dit zijn oevers met een geleidelijke overgang van land naar water en die ingericht zijn met allerlei oever- en waterplanten. Deze groene oevers bieden een leefgebied voor verschillende dieren, zoals vele soorten insecten en amfibieën, vogels en kleine zoogdieren. Deze natuurlijke oevers zijn van belang voor de biodiversiteit en voor de waterkwaliteit omdat ze een waterzuiverende werking hebben. Onder en tussen de waterplanten kunnen vissen schuilen, dus ook voor de ontwikkeling van de visstand zijn deze oevers van belang.

Naar groene oevers?

Waar zoveel harde oevers zijn ontstaan wil het Hoogheemraadschap de balans weer enigszins herstellen. Het stimuleert daarom de aanleg van natuurvriendelijke oevers vanwege hun water zuiverende werking. Ook de oevers van de Rietveldse vaart komen daarvoor in aanmerking. Als kwekers en/of bewoners hun harde oevers willen vervangen door natuurvriendelijke oevers dan is er de mogelijkheid hiervoor subsidie aan te vragen. De regels daarvoor staan op de website van het Hoogheemraadschap. De aanvraag dient te bestaan uit een ontwerp; een beschrijving van de werkzaamheden die nodig zijn; een kostenspecificatie; offertes van een officieel bedrijf dat het gaat uitvoeren en tekeningen. Aanvragers worden gevraagd zoveel mogelijk hetzelfde bedrijf te kiezen voor de uitvoering.

De grondeigenaar moet toezeggen het onderhoud van zijn oevers voor zijn rekening te nemen.

Experimenteren in Boskoop

In het Boskoopse boomkwekerijgebied wordt al volop geëxperimenteerd met de aanleg van natuurvriendelijke oevers, zowel via een herinrichting van harde oevers als ook via verschillende soorten constructies in de vaart, ‘kraggen’ en ’tillen’ genoemd. Kraggen zijn soort kisten met bagger en vegetatie; tillen zijn drijvende constructies waarop oever- en waterplanten groeien. Kraggen en tillen worden in het water geplaatst als de ruimte op het aangrenzend land niet groot genoeg is voor een natuurvriendelijke oever. Bij deze experimenten in Boskoop zijn zowel Greenport, het Hoogheemraadschap als boomkwekers betrokken.

Naast verbetering van de waterkwaliteit en een toename van biodiversiteit zorgen natuurvriendelijke oevers ook voor het terugdringen van de Amerikaanse rivierkreeft. Door het creëren van geleidelijk aflopende, begroeide oevers, wordt het voor rivierkreeften moeilijker om holen te graven en worden ze kwetsbaarder voor natuurlijke vijanden zoals vissen, vogels en insectenlarven. Uit enkele onderzoeken is gebleken dat de rivierkreeftenpopulatie afneemt bij natuurvriendelijke oevers.

Schoon Rietveld

Afgelopen zaterdag 14 juni hielden de bewoners van het Rietveld weer een schoonmaakactie in de Rietveldse vaart. Met 10 boten en bootjes ruimden zij de rommel op die niet in het water thuishoort. Al snel bleek de hoeveelheid afval in het water, vergeleken met vorige schoonmaakacties, enorm verminderd. Weinig plastic deze keer en vrijwel geen blikjes of flesjes, waarschijnlijk het gevolg van het statiegeldbeleid. De vangst van de dag was deze keer een dooie kip.

Een uurtje rommel uit het water vissen was voldoende. Daarna kwam men samen  op het eiland van Michele en Nop, waar onder het genot van koffie en gebak de contacten tussen de bewoners weer werden aangehaald. Ondertussen werden plantjes en stekjes uitgewisseld, ook dat is een jaarlijks onderdeel van het ritueel. Het goede weer en de prachtige tuin maakten het ‘schoonmaakfeest’ compleet.

Klein Giethoorn bestaat 100 jaar

Op 2e Paasdag vierde Klein Giethoorn de start van het jubileum jaar 1925. Naast muziek, een plantenmarkt, hapjes e.d. werd een expositie geopend over het 100- jarig bestaan.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat boomkweker en Rietveldbewoner Han van Meurs vergunning aanvroeg voor zijn bedrijfje dat later Klein Giethoorn zou heten. De huidige beheerders van Klein Giethoorn, Monique Bisschop en Arjan de Kort, hebben besloten dit eeuwfeest te vieren vanaf 2e Paasdag. Op die dag is in het café van Klein Giethoorn een mini-tentoonstelling geopend over het 100-jarige bestaan met veel originele foto’s en weetjes. De expositie zal nog de gehele zomer open blijven tot 1 september aanstaande.


Een van de foto’s van de tentoonstelling laat een afbeelding zien van Karel Smit. Hij was de visser die begin jaren twintig Han van Meurs adviseerde te starten met roeibotenverhuur. Nadat Han hiermee begon bleek dit al gauw te voorzien in een behoefte. Naast zijn eigen boot ging hij ook geleende boten van buren beschikbaar stellen en toen dat ook een succes was, schafte hij vervolgens extra boten aan voor de verhuur. Een volgende stap was het bouwen van enkele optrekjes voor de overnachting. Samen met zijn vrouw Pleun, die over zakelijk inzicht beschikte, ontwikkelde Han een bedrijfje dat de naam Pension Natuurschoon kreeg, maar in de volksmond al gauw café Meurs werd genoemd. Niet alleen vissers, maar ook dagrecreanten kwamen roeien en genieten van het mooie Rietveld, waarna men meestal aanschoof op het terras met uitzicht op de Rietveldse molen. Er kwam ook een kleine speeltuin bij, speciaal voor de gezinnen met kinderen. Vooral aan die speeltuin heeft menigeen mooie jeugdherinneringen.

Hieronder een schilderij en een tekening uit de tentoonstelling


Vanaf 1951 traden drie volgende generaties in het familiebedrijf aan met -bijzonder genoeg- telkens een vrouw aan het bewind. Allereerst Nel van Meurs-van Vliet, dochter van Han. Samen met haar man Rein liet zij een nieuw café bouwen en doopten het bedrijf om in Klein Giethoorn. Onder hun leiding groeide Klein Giethoorn verder, het aantal roeiboten nam (tijdelijk) toe tot 37 en ook de speeltuin werd groter.

De vier generaties die Klein Giethoorn groot maakten.

In 1980 kwam het bedrijf in handen van Carla van Vliet-Bisschop, dochter van Nel. In deze periode ging het bedrijf zich concentreren op roeibotenverhuur, horeca en overnachtingen. De speeltuin verdween. En na 37 jaar droegen Carla en Fred hun bedrijf weer over aan dochter Monique Bisschop. Vanaf 2017 is zij, ondersteund door haar man Arjan de Kort de nieuwe uitbaatster van Klein Giethoorn. In de laatste jaren veranderde er veel. Naast de roeiboten worden nu ook fluisterboten, sups en kano’s verhuurd. En voor de vaar- en wandel- en fietstochten zijn een historische vaarkaart en routebeschrijvingen beschikbaar.

Ook verhuurt Klein Giethoorn naast het pension nu enkele vakantiewoningen, opgetrokken in landelijke stijl en heeft het sinds vorig jaar een nieuw café, in dezelfde stijl gebouwd.

De expositie 100 jaar Klein Giethoorn is nog tot september van dit jaar te zien in het café van Klein Giethoorn gedurende de openingstijden.

“Opgegroeid in het Rietveld”

Onlangs verscheen het boek ‘Opgegroeid in het Rietveld’ van Hans de Frankrijker. In zijn boek vertelt Hans, geboren op de boerderij Rietveld 5 over zijn jeugd in de periode 1950 tot 1965. Hij doet dat na een druk leven waarin hij tot 2015 als pedagoog (en deels onderwijskundige) verbonden was aan de universiteit van Leiden. Met pensioen is hij aan dit boek begonnen ‘vanuit verwondering over het dagelijks leven toen en vooral ook bewondering, voor mijn ouders en alle andere Rietvelders die daar samen (over)leefden onder toch wel harde omstandigheden.’ Het is uiteindelijk een flink boek geworden van 286 pagina’s, geschreven met een groot lettertype. Deze grote letters, de mooie open schrijfstijl en de foto’s van toen maken het tot een toegankelijk boek, iedereen kan het lezen.
Het boek gaat over de jeugd van Hans. Daarin blijft hij ook consequent, het gaat over zijn eigen ervaringen. Het is dus geen boek over het Rietveld. Uiteraard komt het vaardorp regelmatig voorbij, alsook het isolement van het gebied toentertijd. Centraal staat vooral de boerderij, waarin de familie – vader Jan, moeder Marie en 4 zoons en 2 dochters – overleefden.


De buurt
Het boek begint met een rondleiding door het veranderde Rietveld en langs de ouderlijke boerderij, die tegenwoordig ‘de uitstraling heeft van een luxe landhuis’. We leren de familie kennen van de jonge Hans en de buurt waarin hij woonde. Dat gedeelte van het Rietveld hoefde niet dagelijks te varen maar was met de wereld verbonden via een kilometer lang grindpad naar de Voorweg. Ook een groot deel van de varende Rietvelders en hun goederen ging over dit smalle en altijd weer verzakkende pad van en naar de overslagplaats, waar de boten en schouwen werden aangelegd. Het gedoe over dit pad, waar karren en auto’s elkaar niet konden passeren, leidt in het boek tot een aantal mooie ‘padverhalen’.


Kerk en school
De lagere school en de kerk namen in die tijd een centrale plaats in. De dagelijkse gang naar school en kerk, lopend en later met de fiets ging over het Kerkvaartpad langs de molen. De varende Rietveldse kinderen lieten daar hun roeiboten achter en sloten zich aan. Katholieke en protestante kinderen liepen gescheiden, omdat scholen en kerken een ander tijdsregiem aanhielden. Dit om schermutselingen tussen de twee groepen geloofsgenoten voorkomen, hetgeen overigens niet altijd lukte.
Komend uit een katholiek gezin toont Hans zich een betrokken gelovige en een trouw kerkbezoeker. Hij zingt bij het jongenskoor en speelt later met zijn band in de beatmis. Maar we zien ook dat hij na de lagere school anders tegen de (veranderende) kerk begint aan te kijken uiteindelijk resulterend in het bewust loslaten van het geloof. Dit tot teleurstelling van zijn ouders.

In en om de boerderij
In dit deel van het boek maakt Hans een plattegrond van de boerderij – binnen en buiten – en vertelt hij iets over de functies van de in totaal 20 ruimten, de inrichting daarvan en welke ervaringen en herinneringen bij hem opkomen. Van boomgaard tot opkamer, van kelderhuis tot silo en van gruppstal tot moestuin. In dit hoofdstuk krijg je een goede indruk van de werkprocessen op zo’n boerderij uit die tijd met maximaal 15 koeien, een paar zeugen en wat schapen. Het was hard werken waarbij alle gezinsleden – vader, moeder en de brusjes (broertjes en zusjes) – waren ingeschakeld. En dan hield men het hoofd maar net boven water. Maar bij dat harde werken was er ook tijd voor plezier: er komen heel wat verhalen voorbij, belevingen en anekdotes. Wat trouwens opvalt is dat Hans zich bij de inrichting van de ruimten nog allerlei details weet te herinneren, van de inrichting van een ruimte tot de attributen aan de muur.

Polder van land en water
De wijdere omgeving van de boerderij staat in dit deel van het boek centraal. Met bewondering en ontzag loopt Hans rond in de Rietveldse polder: ”Wat een overzicht, lucht, licht, stilte en ruimte! Kauwend op een hooisprietje kijk, ruik en luister ik geboeid naar alles wat aan me voorbijtrekt”.
We lezen hoe er met het gezin wordt gehooid en tegelijkertijd gepicknickt, hoe er nog dagelijks met de roeiboot naar het land wordt gevaren om daar de koeien te melken (tot begin jaren 60), hoe het opgewonden vee na de winter weer het land in wordt gelaten, hoe de mest -consequent ‘mist’ genoemd – wordt uitgereden, hoe er greppels worden gegraven en strontje geslecht, mollen gevangen, gebaggerd en gesloot.
Broer Martien gaat uiteindelijk de boerderij overnemen en begin jaren 60 wordt hij daarnaast ook meelvaarder met als taak het met de schuit rondbrengen van zakken veevoer bij de Rietveldse boeren. Hans helpt soms een handje mee, maar voelt ’s nachts de krampen in zijn armen en schouders. Ook was hij er bij toen de boot een keer met de zakken meel omsloeg en toen de grote slee met de zakken meel tijdens een strenge winter door het ijs zakte. Kortom echte Rietveldse verhalen.

Het grote Leiden
Vanaf een jaar of 10 , 11 wordt Hans meer wereldwijs. Hij keek zijn ogen uit toen hij een keer met zijn vader mee mocht naar de ‘beestenmart’ in Leiden. Hij weet nog dat hij zich enorm verbaasde over al die winkels, de tram en het station, de bioskopen en de markt met al zijn kroegen. Het leek hem het “begin van het buitenland”.

Het boek ‘Opgegroeid in het Rietveld’ door Hans de Frankrijker kost € 27,50 en kan worden gekocht bij het Historisch Museum in Hazerswoude dorp. Ook kan het rechtstreeks worden besteld bij de drukker via deze link:

Opgegroeid in het Rietveld – Hans de Frankrijker – 24bookprint.com print.24bookprint.com



2010: Het Rietveld Onderuit

In de laatste week van mei 2010 vond op verschillende locaties in Hazerswoude het cultureel festival ‘Onderuit’ plaats. Organisator was de plaatselijke toneelvereniging Onder Ons. Het festival opende met een cultureel feest in vaardorp het Rietveld op 23 mei, Tweede Pinksterdag. De Rietveldbewoners wilden het feest zo veel mogelijk zelf vormgeven. En Onder Ons gaf hen de ruimte.


Een mooie Pinksterdag
Het was die 2e Pinksterdag prachtig weer, het leek wel zomer. Bij Klein Giethoorn begonnen de bezoekers toe te stromen. Om 11.00 uur vond daar de opening plaats van de festivalweek door burgemeester Anja Latenstein. Ook was er live muziek en een fototentoonstelling over het Rietveld, die veel bekijks trok. Na de openingswoordjes konden de bezoekers kaartjes kopen voor het cultuurfeest in het vaardorp. Op alle eilandjes tussen Klein Giethoorn en Theetuin ’t Woutje was er die dag wel iets te beleven. Om daar te komen waren er 4 taxiboten (schouwen) die permanent heen en weer voeren tussen het begin en het eindpunt van de route.
Vrijwel alle bewoners langs de vaarroute deden mee. De culturele activiteiten die je op de eilanden kon bewonderen waren veelzijdig, zoals de historische fototentoonstelling, diverse optredens van de Jeugdtheaterschool Leiden, van dichter Roland van den Bergh, een verhalenvertelster, de vrouwenmuziekgroep de Nostalgini’s, een hardrockband, er was een tentoonstelling van schilderijen gemaakt door kinderen, een expositie houtbewerking bij Paula en Marja en er stonden kunstattributen langs de vaart zoals hele grote Rietveldstoel.


Bijzonder was de uitbeelding van het drama uit 1898, toen 2 kinderen uit het dorp – Mina en Marie -verdronken in het Rietveld. In de sloot langs de boerderij Rietveld 11 dreven 2 dameshoedje uit die tijd. Je kon daar op een bankje zitten, waarna uit het struikgewas het gedicht klonk dat ooit over dit drama werd gemaakt.

Een impressie van het cultuurfeest in het Rietveld op 2e Pinksterdag 2010


Grote drukte
Naarmate de dag vorderde werd het steeds drukker in het Rietveld. De 4 taxiboten bleken de drukte niet meer aan te kunnen. Sommige bezoekers kwamen niet meer van de eilanden af, anderen bleven in de taxiboten zitten omdat ze bang waren na het uitstappen niet meer te worden opgehaald. Om 14.00 uur werd daarom de kaartverkoop gestopt. Op dat moment waren al 800 kaarten verkocht.
Let Belt: Omdat de burgemeester in het gedrang dreigde te raken heb ik haar met mijn eigen bootje zelf van eiland naar eiland gevaren en bij ieder eiland geholpen bij het in en uitstappen. Ze was zeer onder de indruk. Het leverde ons de uitnodiging op om de Rietveldse foto-tentoonstelling gedurende 2 maanden te plaatsen in de hal van het gemeentehuis.
Na het stopzetten van de kaartverkoop werd het geleidelijk weer rustiger en gezellig. Uiteindelijk konden na afloop alle vrijwillige medewerkers en coördinator Jeannette terugkijken op een geslaagd feest. De grote toeloop was even lastig geweest, maar had ook een positief effect gehad op het batig saldo van het Rietveldfeest. Er bleef na alle betaalde rekeningen onverwacht een bedrag van 1250 euro over. En dat bedrag werd volgens de tevoren gemaakte afspraak overgemaakt aan de Hersenstichting.

Op de foto de hoedjes van de verdronken meisjes; uit het struikgewas klonk het gedicht dat ooit over dit drama gemaakt is.

Gondelvaart 1981

In 1981 vierde de gemeente Hazerswoude zijn 700 jarig bestaan. Om dit te vieren vonden in dat jaar verschillende activiteiten en evenementen plaats. Een ervan was de gondelvaart door het dorp en het Rietveld op 14 augustus van dat jaar. Iedereen met een boot mocht eraan meedoen. Omdat Rietvelders en boomkwekers vaak over een roeiboot of een schouw beschikten, namen zij het merendeel van de versierde boten voor hun rekening. Vaak werden daarbij echte thema’s van het vaardorp uitgedragen, zoals ‘koeien in de boot’, ‘de melkschuit’, ‘de laatste postbode’ etcetera.

Hieronder een impressie van deze gondelvaart door het Rietveld aan de hand van een aantal foto’s die toen gemaakt zijn, al laat de kwaliteit daarvan wel te wensen over. Als u de foto’s aanklikt kunt u ze beter bekijken.