Zoeken naar het bruine goud

In 1759 hield de commerciële turfwinning in Hazerswoude op met het droog malen van de grote Noordplas. Deze plas was het gevolg van een paar eeuwen intensieve turfwinning, waarbij de turf als brandstof werd geleverd aan met name de omliggende steden. Het waren  26 molens, verdeeld over 5 gangen, die 5 jaar nodig hadden om dit enorme water droog te malen. Daarna begon de ontginning van deze Noordplaspolder, die de officiele naam kreeg van ‘Hazerswoudse Droogmakerij’.

Dit betekende nog niet het einde van de turfwinning in Hazerswoude. Maar het vervolg van de turfwinning in de Boterpolder en het Rietveld was, zoals we zullen zien, veel minder succesvol.

De Boterpolder

Vanaf 1759 ging het proces van vervening door in de Boterpolder, nadat de eigenaren hiertoe octrooi hadden verkregen van het Hoogheemraadschap. In deze weliswaar kleine polder was er veel turf te winnen, tot zelfs 3 à 5 meter diep. Aanvankelijk verliep dit proces naar wens, maar geleidelijk begon dit te vertragen. De turf leek van steeds mindere kwaliteit, vooral in het noorden en oosten van de polder. Was het niet goed droog of was het de samenstelling? Het bleek dit laatste te zijn. Uiteindelijk viel de turfwinning geheel stil, terwijl nog een groot deel van de polder gedolven moest worden. In 1815 werd het waterniveau volgens planning verlaagd. Er werd een duiker onder de Voorweg gegraven waardoor het waterniveau van de Boterpolder werd verbonden met het niveau van de droog gemaakte Noordplaspolder. De Boterpolder was op dat moment echter nog lang niet ontveend; het restant veen was matig geschikt als turf en dus commercieel niet interessant.

Toch raakte de Boterpolder dit overtollige veen nog kwijt. Vooral Boskoopse boomkwekers bleken hierin interesse te hebben omdat het vruchtbare aanvulgrond was voor hun akkers. De grond werd dan ook verhandeld – zeker niet voor de prijs van goud – en stukje bij beetje verscheept naar Boskoop. Dit ging als volgt: “Met een graafmachine werd de grond afgegraven, strook voor strook steeds verder naar de noord- en oostrand van de polder. Het werd geworpen in de lorries van een klein werkspoortje en deze werden met een dieseltje geduwd naar de Kerkvaart. Daar werden de bakken leeggestort boven de schepen van schipper Oostdam, die de grond naar Boskoop vervoerde”, aldus Jan van der Lip, geboren Rietvelder, die als kind ooggetuige was. Pas in de loop van de jaren 50 was de Boterpolder ‘schoon’ en stopte de grondhandel.

Het Rietveld

Nog was het niet gedaan met de zoektocht naar turf. Rond 1845 verkreeg de polder het Rietveld zijn octrooi en startte ook daar op verschillende plekken de turfwinning. Maar ook in het Rietveld werd geen ‘goud’ gevonden; na voldoende droging bleek ook deze turf slechts matig brandbaar. En het maakte niet uit waar gegraven werd. Die plekken zijn overigens nog steeds zichtbaar in het landschap. Een flinke veenplas ontstond tussen de Rietveldse vaart en de Burg. Smitweg, de plas waaraan de voormalige boerderij Rietveld 13 stond en die nu nog als schuur dienst doet. Deze plas is tegenwoordig eigendom van Klein Giethoorn. De smalle eilandjes langs dit water deden toentertijd dienst als legakkers waar de turf werd gedroogd. Nu staan er de caravans van recreanten.

Foto uit 2017. Dit ‘veengat’ ligt tussen de Rietveldse Vaart en de Burg Smitweg. Hier is in de 19e eeuw turf gewonnen. Rechts boerderij Rietveld 13. Deze zeer oude boerderij met schilddak staat sinds het vertrek van de fam. Van den Bosch (ong. 1920) leeg en werd nadien gebruikt als stal en later als schuur. In de boerderij zat een woongedeelte met keuken e.d.

En ook langs de Ten Heuvelhofweg zie je links en rechts enkele kleinere turf vergravingen. Deze zijn herkenbaar als brede vaart, zoals de zo genoemde Veensloot achter Rietveld 20 en naast Theetuin ‘t Woutje. Uiteindelijk stopte de turfwinning in het Rietveld bij gebrek aan succes en werd rond 1895 het octrooi ook weer ingetrokken.

Maar er kwam nog een kleine ‘nabrander’. Enkele boomkwekers besloten rond 1917 de rustige wintermaanden te benutten met het gezamenlijk starten van een turfgraverij. De eerste stap was het hernieuwen van het octrooi. Daarna kon de vervening starten (1918). Als plek was een halve hectare land gekozen aan de oostzijde van het toenmalige Pad van Meurs en tegenwoordig goed zichtbaar vanaf de Burg. Smitweg. (In deze Veenplas -zo genoemd – ligt nu het daar gebouwde Vikingschip.) De betrokken boomkwekers waren o.a. de heren Timmermans, Rijkaard en de gebrs Van den Bosch.

Foto van 1920, gemaakt bij de Veenplas in het Rietveld van de toen aanwezige veengravers en anderen. Van links naar rechts: Piet Hoeksel uit Reeuwijk, Arie Kroon, Rijk Oppelaar, Cor v.d.Bosch, Maartje v.d.Bosch, Niek v.d.Bosch. Op de grond zittend: Jan Pieter v.d.Bosch, Maarten v.d.Berg, Klaas v.d.Bosch.

De oogst van deze nieuwe veenderij was aanzienlijk, er werden honderdduizenden turfmoten gewonnen. Maar een onderschrift bij een foto uit die tijd luidde dat deze turven na droging ‘gedistribueerd’ werden. Dus niet verkocht. Hier speelde opnieuw de kwaliteit van de turf een rol. De turf was niet geschikt voor de markt, maar werd verdeeld onder de turfgravers. En vervolgens ging deze turf een rol spelen in de ruilhandel, die toen nog van betekenis was. Het zou dus zo maar kunnen zijn dat de rook die in die tijd uit vele Hazerswoudse schoorstenen kwam, afkomstig was van de turf uit de Rietveldse bodem.

Over de matige kwaliteit van de turf: De matige brandbaarheid van de turf heeft waarschijnlijk te maken met de rietachtige samenstelling. Turf die meer rietvezels bevat heeft minder vaste koolstof dan houtvezels en heeft daardoor minder energie. Rietrijke turf heeft ook een hoger asgehalte; dat betekent dat een groter deel niet bijdraagt aan de warmte productie. Ook houdt turf met meer riet doorgaans meer vocht vast en geeft daardoor ook minder warmte af (en meer rook).

NB Een belangrijk deel van deze blog kwam tot stand na een gesprek met Jan van der Lip, bewoner en kenner van het Rietveld. LB

De cirkel is rond

Antoon Stolwijk

Het moet rond 1995 geweest zijn dat Antoon Stolwijk en zijn dochter Nelleke hun roeiboot aanlegden bij ons huis in het vaardorp op nr.11. Of ze even een kijkje mochten nemen. Antoon was hier namelijk geboren in 1921 en had hier gedurende zijn gehele jeugd gewoond. Terwijl hij rondliep in ons huis vertelde hij: ‘hier was nog een tweede bedstee; hier kookten we op petroleum en daar, door die klep, wasten wij ons in het Rietveldse water’. Dit alles deed hem denken aan zijn jeugd. Plotseling begon hij te vertellen over het grote drama dat hem als kind overkomen was.

Een drama

Nog maar 4 jaar oud kwam zijn vader Piet Stolwijk onverhoeds te overlijden. Het was het gevolg van een hartstilstand. De dood van zijn vader maakte diepe indruk op de kleine Antoon. Op de dag van de begrafenis werd de kist met daarin zijn vader op een schouw geladen en richting het dorp gevaren. Antoon bleef alleen achter en in de verte hoorde hij de doodsklokken luiden. Dat moment: de wegvarende kist met zijn vader, het geluid van de doodsklokken en het alleen achterblijven – hij vertelde erover, emotioneel, alsof het nog maar kort geleden was.

Het wegvallen van vader had ernstige gevolgen voor het hele gezin, bestaande uit Antoon, zijn broertje Arie(7) en moeder Maria. Er was niet alleen het emotionele verlies van vader en echtgenoot, maar ook het verlies van de kostwinner. Het gezin kwam dus zonder inkomsten; sociale voorzieningen waren er nog niet. Wel werd een beroep gedaan op de kerk, maar dat leverde niet veel op. Ook familieleden sprongen soms bij. Maria bezuinigde op vrijwel alles, maar het hielp niet. Het gezin verarmde steeds meer, er werd honger geleden.

Er kwam hulp

Antoon vertelde dat tijdens dat dieptepunt Cees Stolwijk, de broer van Piet, de helpende hand toestak. Hij – nog vrijgezel – kwam bij zijn schoonzus inwonen om te proberen ‘het armzalige gedoetje voor de totale ondergang te behoeden’. Na een paar jaar is Maria met haar zwager Cees getrouwd (1930) en was het gezin weer compleet. Er kwam zelfs nog een broertje bij, Piet, vernoemd naar de overleden man van Maria.

Het tweede huwelijk van Maria was ook weer van relatief korte duur. Na 13 jaar overleed haar man Cees, wederom als gevolg van een zwak hart. Maria bleef weer alleen achter; zoontje Piet was toen 11 jaar. Antoon en Arie waren inmiddels al volwassen (22 en 25 jaar) en werkzaam in de boomkwekerij. Dat zorgde ervoor dat het opnieuw overlijden van het hoofd van het gezin weliswaar heel verdrietig was, maar deze keer minder impact had.

Oma babbelaar

Moeder en later oma Maria is nog lang in het huisje in het Rietveld blijven wonen, namelijk tot 1960. Al die tijd woonde zij er gezellig samen met haar zoon Piet en vanaf 1955 ook met haar schoondochter Bep. Speciaal voor dit jonge paar werd een stukje aan het huis gebouwd (zie foto).

In de 50er jaren kwamen regelmatig kleinkinderen op bezoek. Vooral Antoon kreeg een groot gezin en zijn oudste kinderen waren altijd graag bij oma Maria. Ook bij de kinderen in het Rietveld was Maria populair, zij noemden haar ‘oma babbelaar’ omdat zij altijd zo’n snoepje voor hen had.

Oma Maria met 9 kleinkinderen in 1957

In contact met de familie

Met de kinderen van Antoon kregen wijzelf de afgelopen jaren ook contact. Zoals met Cees en zijn vrouw Bernadette. Zij kwamen zelfs een keer logeren, een weekje in ons tuinhuis. Cees vertelde hoe bijzonder het vroeger was om bij oma in het Rietveld te logeren.

 “Het was er heerlijk rustig waar je uitsluitend het tikken van de klok hoorde. Buiten was het ‘s avonds pikkedonker omdat er geen buitenverlichting (lantaarnpalen) was zoals in de bebouwde kom. De kleinkinderen die regelmatig kwamen logeren, kregen alle aandacht van oma. We speelden er ganzenborden en mens erger je niet. Op zolder werd geslapen of men lag naast oma in de bedstee. ‘s Morgens werd je wakker van het geluid van de piepende roeiboten. Al heel vroeg vervoerden de boeren hun melkbussen en de tuinders gingen naar hun werk. Ook de koerende duiven was een geluid dat nog steeds bij ons naar boven komt als we terugdenken aan het logeren in het Rietveld. Het wassen in de ochtend en avond gebeurde in het boenhok van waaruit je bij het slootwater kon komen. De vissen zag je in het heldere en schone water zwemmen.’’

Ook broer Richard kwam bij ons langs, hij bracht het ‘familiedocument’ met zich mee, met levensbeschrijvingen van de gehele familie Stolwijk: opa’s en oma, vader Antoon en moeder Rie (Boere) en alle levens van de 12 kinderen. Geschreven door de kinderen zelf onder de redactie van de tweeling Cees en Marjan. Wij vonden het een zeer indrukwekkend en mooi geschreven boekwerk, om als familie trots op te zijn.

Grafsteen

Eind vorig jaar kwam deze vraag van Cees: ‘Het graf van mij vader Antoon wordt geruimd en nu blijft de grafsteen over. Zou hij bij jullie in de tuin mogen staan? Dit is tenslotte zijn geboortegrond’. Na enig nadenken vonden we het wel een goed idee. Zo’n bewogen leven en zo’n bijzonder verhaal, het is mooi om zo’n steen neer te leggen bij het huis waar het allemaal begonnen is. Dat maakt de cirkel rond.

Op een mistige dag in februari werd de steen gebracht door de broers Aad en Ton (zie het filmpje). En tegen de zomer kreeg de steen zijn definitieve plaats op een rustige plek in onze tuin. Aan de familie Stolwijk hebben wij gezegd dat zij welkom zijn om de steen en het huis van  Antoon en Maria te bezoeken. Als een soort bedevaartsplek voor de familie.

Prachtig Buurtfeest

Het was zaterdagavond 5 september 2025. Opnieuw en voor de 11e keer hadden we een prachtig buurtfeest in vaardorp het Rietveld. Het feest vond plaats op het schiereiland van Arne en Bertine, dus men kon met de boot komen maar ook op de fiets. En vrijwel iedereen gaf acte de presence, 39 Rietvelders waren aanwezig. Men kwam dan ook niet alleen voor de gezelligheid in de tuin, maar ook om het nieuwe huis te bewonderen.

Gezamenlijk had men heel wat heerlijke hapjes gemaakt, aangevuld met al het lekkers van de barbecue. En later op de avond maakte Arne als verrassing voor ieder die dat wilde een suikerspin.

 Het eten en drinken, de prachtige tuin, het zonnetje en de relaxte sfeer: het was gewoon weer een heerlijk buurtfeest.

Natuurvriendelijke oevers

Toen het Rietveld ruim een halve een geleden veranderde van boerenweiland naar boomkwekerijgebied had dat ook gevolgen voor de oevers rond de verschillende percelen. De weilanden kenden tot die tijd zachte en groene oevers; het grasland liep schuin af het water in, zodat het vee tussen het grazen door water kon drinken. Echter, rond de boomkwekerijen waren andere oevers nodig: het land werd wat opgehoogd, zodat de jonge aanplant niet met zijn wortels in het water zou staan en om de percelen heen werden harde oevers geslagen, van hout en golfplaten. Het aanblik van het land veranderde daardoor volledig. Inmiddels hebben in het Rietveld verreweg de meeste oevers harde kanten, de zachte oevers zijn ver in de minderheid. De onderstaande foto’s zijn beide in het Rietveld genomen:

Rietkragen

In de afgelopen maanden zien we voor het eerst het tegenovergestelde gebeuren. Bij twee boomkwekerijpercelen aan de Rietveldse vaart zien we sinds kort geen harde oevers meer, maar mooie rietkragen. De twee percelen zijn eigendom van Merijn van Veen. Hij heeft de kragen aangebracht op eigen initiatief en voor eigen kosten. Het idee is ontstaan vanuit praktische overwegingen. “De oude oever van een van de twee percelen was aan de vaart op verschillende plekken weggespoeld Na overleg met mijn loonwerker besloten we er klei in te storten; de klei wordt bijeen gehouden met gaas en de wortels van het riet.” Vervolgens hebben ze hetzelfde gedaan bij het andere perceel. Nu het ingezaaide riet is opgegroeid vindt hij het “beter passen bij het oorspronkelijke Rietveld’. Merijn weet dat zijn groene oevers ook de kwaliteit van het water ten goede komen: “Dat is alleen maar mooi meegenomen”.

Het zou zo maar kunnen zijn dat het initiatief van Merijn het begin is van een nieuwe ontwikkeling. Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil namelijk in deze regio inzetten op verdere ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers. Doel: de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren.

Hieronder de rietkragen van Merijn.

De kwaliteit van het oppervlaktewater

De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in ons land is bijna overal matig tot slecht. Het Rietveld vormt daarop geen uitzondering. Dat betekent dat waterplanten en dieren in onze sloten en plassen zich niet of niet goed meer kunnen ontwikkelen. Er blijkt van alles in ons water te zitten: meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere schadelijke stoffen; ook kent het oppervlaktewater een te hoog stikstof- en fosforgehalte. Terwijl goed en gezond water van levensbelang is voor mens, dier en milieu. Vervuild water kan namelijk leiden tot problemen met drinkwater, recreatie, vee, visserij, landbouw en industrie.

Om de waterkwaliteit te verbeteren zijn maatregelen nodig. Het waterschap, verantwoordelijk voor het beheer van de waterkwaliteit, wil om die reden de aanleg van natuurvriendelijke oevers stimuleren.

Natuurvriendelijke oevers

Ons vervuilde water wordt steeds minder gezuiverd door de natuur zelf. Een belangrijke reden is dat er steeds meer harde oevers langs het water zijn aangebracht. Deze harde oevers blokkeren de natuurlijke overgang tussen water en land, waardoor de natuur zijn zuiverende werking niet meer kan verrichten.

Anders is het met natuurvriendelijke oevers. Dit zijn oevers met een geleidelijke overgang van land naar water en die ingericht zijn met allerlei oever- en waterplanten. Deze groene oevers bieden een leefgebied voor verschillende dieren, zoals vele soorten insecten en amfibieën, vogels en kleine zoogdieren. Deze natuurlijke oevers zijn van belang voor de biodiversiteit en voor de waterkwaliteit omdat ze een waterzuiverende werking hebben. Onder en tussen de waterplanten kunnen vissen schuilen, dus ook voor de ontwikkeling van de visstand zijn deze oevers van belang.

Naar groene oevers?

Waar zoveel harde oevers zijn ontstaan wil het Hoogheemraadschap de balans weer enigszins herstellen. Het stimuleert daarom de aanleg van natuurvriendelijke oevers vanwege hun water zuiverende werking. Ook de oevers van de Rietveldse vaart komen daarvoor in aanmerking. Als kwekers en/of bewoners hun harde oevers willen vervangen door natuurvriendelijke oevers dan is er de mogelijkheid hiervoor subsidie aan te vragen. De regels daarvoor staan op de website van het Hoogheemraadschap. De aanvraag dient te bestaan uit een ontwerp; een beschrijving van de werkzaamheden die nodig zijn; een kostenspecificatie; offertes van een officieel bedrijf dat het gaat uitvoeren en tekeningen.

De grondeigenaar moet toezeggen het onderhoud van zijn oevers voor zijn rekening te nemen.

Experimenteren in Boskoop

In het Boskoopse boomkwekerijgebied wordt al volop geëxperimenteerd met de aanleg van natuurvriendelijke oevers, zowel via een herinrichting van harde oevers als ook via verschillende soorten constructies in de vaart, ‘kraggen’ en ’tillen’ genoemd. Kraggen zijn soort kisten met bagger en vegetatie; tillen zijn drijvende constructies waarop oever- en waterplanten groeien. Kraggen en tillen worden in het water geplaatst als de ruimte op het aangrenzend land niet groot genoeg is voor een natuurvriendelijke oever. Bij deze experimenten in Boskoop zijn zowel Greenport, het Hoogheemraadschap als boomkwekers betrokken.

Naast verbetering van de waterkwaliteit en een toename van biodiversiteit zorgen natuurvriendelijke oevers ook voor het terugdringen van de Amerikaanse rivierkreeft. Door het creëren van geleidelijk aflopende, begroeide oevers, wordt het voor rivierkreeften moeilijker om holen te graven en worden ze kwetsbaarder voor natuurlijke vijanden zoals vissen, vogels en insectenlarven. Uit enkele onderzoeken is gebleken dat de rivierkreeftenpopulatie afneemt bij natuurvriendelijke oevers.

Schoon Rietveld

Afgelopen zaterdag 14 juni hielden de bewoners van het Rietveld weer een schoonmaakactie in de Rietveldse vaart. Met 10 boten en bootjes ruimden zij de rommel op die niet in het water thuishoort. Al snel bleek de hoeveelheid afval in het water, vergeleken met vorige schoonmaakacties, enorm verminderd. Weinig plastic deze keer en vrijwel geen blikjes of flesjes, waarschijnlijk het gevolg van het statiegeldbeleid. De vangst van de dag was deze keer een dooie kip.

Een uurtje rommel uit het water vissen was voldoende. Daarna kwam men samen  op het eiland van Michele en Nop, waar onder het genot van koffie en gebak de contacten tussen de bewoners weer werden aangehaald. Ondertussen werden plantjes en stekjes uitgewisseld, ook dat is een jaarlijks onderdeel van het ritueel. Het goede weer en de prachtige tuin maakten het ‘schoonmaakfeest’ compleet.

Klein Giethoorn bestaat 100 jaar

Op 2e Paasdag vierde Klein Giethoorn de start van het jubileum jaar 1925. Naast muziek, een plantenmarkt, hapjes e.d. werd een expositie geopend over het 100- jarig bestaan.

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat boomkweker en Rietveldbewoner Han van Meurs vergunning aanvroeg voor zijn bedrijfje dat later Klein Giethoorn zou heten. De huidige beheerders van Klein Giethoorn, Monique Bisschop en Arjan de Kort, hebben besloten dit eeuwfeest te vieren vanaf 2e Paasdag. Op die dag is in het café van Klein Giethoorn een mini-tentoonstelling geopend over het 100-jarige bestaan met veel originele foto’s en weetjes. De expositie zal nog de gehele zomer open blijven tot 1 september aanstaande.


Een van de foto’s van de tentoonstelling laat een afbeelding zien van Karel Smit. Hij was de visser die begin jaren twintig Han van Meurs adviseerde te starten met roeibotenverhuur. Nadat Han hiermee begon bleek dit al gauw te voorzien in een behoefte. Naast zijn eigen boot ging hij ook geleende boten van buren beschikbaar stellen en toen dat ook een succes was, schafte hij vervolgens extra boten aan voor de verhuur. Een volgende stap was het bouwen van enkele optrekjes voor de overnachting. Samen met zijn vrouw Pleun, die over zakelijk inzicht beschikte, ontwikkelde Han een bedrijfje dat de naam Pension Natuurschoon kreeg, maar in de volksmond al gauw café Meurs werd genoemd. Niet alleen vissers, maar ook dagrecreanten kwamen roeien en genieten van het mooie Rietveld, waarna men meestal aanschoof op het terras met uitzicht op de Rietveldse molen. Er kwam ook een kleine speeltuin bij, speciaal voor de gezinnen met kinderen. Vooral aan die speeltuin heeft menigeen mooie jeugdherinneringen.

Hieronder een schilderij en een tekening uit de tentoonstelling


Vanaf 1951 traden drie volgende generaties in het familiebedrijf aan met -bijzonder genoeg- telkens een vrouw aan het bewind. Allereerst Nel van Meurs-van Vliet, dochter van Han. Samen met haar man Rein liet zij een nieuw café bouwen en doopten het bedrijf om in Klein Giethoorn. Onder hun leiding groeide Klein Giethoorn verder, het aantal roeiboten nam (tijdelijk) toe tot 37 en ook de speeltuin werd groter.

De vier generaties die Klein Giethoorn groot maakten.

In 1980 kwam het bedrijf in handen van Carla van Vliet-Bisschop, dochter van Nel. In deze periode ging het bedrijf zich concentreren op roeibotenverhuur, horeca en overnachtingen. De speeltuin verdween. En na 37 jaar droegen Carla en Fred hun bedrijf weer over aan dochter Monique Bisschop. Vanaf 2017 is zij, ondersteund door haar man Arjan de Kort de nieuwe uitbaatster van Klein Giethoorn. In de laatste jaren veranderde er veel. Naast de roeiboten worden nu ook fluisterboten, sups en kano’s verhuurd. En voor de vaar- en wandel- en fietstochten zijn een historische vaarkaart en routebeschrijvingen beschikbaar.

Ook verhuurt Klein Giethoorn naast het pension nu enkele vakantiewoningen, opgetrokken in landelijke stijl en heeft het sinds vorig jaar een nieuw café, in dezelfde stijl gebouwd.

De expositie 100 jaar Klein Giethoorn is nog tot september van dit jaar te zien in het café van Klein Giethoorn gedurende de openingstijden.