Het Zaans Rietveld (1)

Aan het eind van de Rietveldse Vaart loopt de Compierekade; loodrecht erop het Rietveldsepad naar Alphen.

Februari 2019 – Vijf eeuwen geleden was het Rietveld een groot moerasachtig gebied tussen het toenmalige Hasarswoude en Alfen. Hoe het met het Hazerswoudse Rietveld liep weten we; het is te lezen op deze website. Maar er is nog een tweede, kleiner Rietveld en dat ligt in Alphen.

In 1521 werd het grote moerassige gebied, het Rietveld gesplitst. Precies op de grens tussen Alphen en Hazerswoude werd een waterkering aangelegd door Rijnland. Een lage dijk vanaf de Hoge Rijndijk tot aan de Otweg in Boskoop, dwars door het Rietveld heen. Deze waterkering  kreeg de naam Compierekade, naar Jacob Coppier, landheer.

Vanaf die tijd had je twee Rietvelden en gingen zich twee polders ontwikkelen, los van elkaar. Men sprak van een “Rietveld, onder Alphen” en een “Rietveld, onder Hazerswoude”. Later werd het Alphens Rietveld steeds vaker het Zaans Rietveld genoemd, waarschijnlijk naar een Zaanse molen die in de naburige polder Kerk en Zanen stond.

Naast de Compierekade in het westen werd de polder Zaans Rietveld begrensd door de Kruiskade in het noorden, de Toegang(se wetering) in het oosten en de Spijkerboorse wetering in het zuiden. Al omstreeks 1530 kreeg dit ‘Rietveld onder Alphen’ een molen en werd de bemaling gestart, ruim 100 jaar voordat dit begon in het Hazerswoudse Rietveld. De komst van de boerderijen liet daarna niet lang op zich wachten. De telling van de woningen in Alphen in het jaar 1632 kwam uit op totaalgetal 132. Daarbij wordt vermeld dat ook de woningen in het Rietveld hieronder vielen. (Aldus de stads- en dorpsbeschrijver van Rijnland, Lieve van Ollefen, in 1796.)

Ook in het Zaanse Rietveld moesten de boeren aanvankelijk veel van hun werk doen over water, omdat de weilanden vaak niet over land bereikbaar waren. Koeien en hooi in de schouw, schippers, het waren aanvankelijk ook hier vertrouwde beelden. Maar deze polder verschilde op een belangrijk punt met het Hazerswoudse Rietveld: zij had een uitweg over land.

Het Rietveldsepad in 1906

Die uitweg was de Compierekade. In de loop van de tijd ontwikkelde zich vanaf die zijde een pad de polder in, waaraan de boerderijen kwamen.Eerst geleidelijk tot aan de rand van deze polder, de Toegangse Wetering. Later, in de 19e eeuw, werd dit pad verlengd tot aan de Rijn in Alphen. Zo kon men ook vanaf de andere kant het Zaans Rietveld in. Om de kosten van deze verlenging te betalen werd lange tijd tol geheven. De naam van het pad in het Zaans Rietveld was aanvankelijk de Nieuwe Dijk (ook wel Alphens Pad). Pas vanaf het begin van de 20e eeuw heet deze weg het Rietveldse Pad.

De toegang via de Compierekade raakte in ongebruik. Hier werd uiteindelijk een fietspad aangelegd.

(In de blog van april volgt nog een tweede aflevering over het Zaans Rietveld)

De meelvaarder

Januari 2019 – Het vee op de Rietveldse boerderijen moest bijgevoerd worden. Gras en hooi alleen zijn immers niet voldoende. Voor de winterperiode werd per schipper veevoer aangevoerd, het wintervoer. Daarbij ging het meestal om (bier)borstel, bollen, (bieten)pulp of (aardappel)moes.                                                                                                            Daarnaast was er het hele jaar door droogvoer nodig. Sommig vee, zoals varkens, was daar zelfs in hoofdzaak op aangewezen. Dit droogvoer in de vorm van meel, korrels of gedroogde pulp werd in zakken aangeleverd door maar liefst 6 verschillende veevoederbedrijven (‘meelboeren’). Zij brachten de zakken meel tot in het Rietveld. De meelvaarder – die functie had je toen in het Rietveld – bracht de zakken vervolgens een paar keer per week naar de boeren.

Meelvaarder Hein van Nierop in 1960

Aan het woord is Martien de Frankrijker (74). Hij had een boerenbedrijf in het Rietveld op nr.5, maar daarnaast was hij een tijd lang meelvaarder. In die functie bezorgde hij de zakken veevoer, die door de meelbedrijven werden aangeleverd, bij de boerderijen over het water. “Er was maar één plek waar de meelwagens tot aan de Rietveldse vaart konden komen. Dat was helemaal aan het eind, bij de Compierekade. Daar, aan het water, hadden we een schuurtje waar zij hun zakken meel afleverden”. Daarna laadde de meelvaarder – die betaald werd door de meelbedrijven – de zakken in zijn schouw en bracht hij deze bij de boeren. Per keer kon de schouw maximaal 5000 kilo vervoeren. “Maar dan moest je wel goed stapelen. Want het is voorgekomen dat de boot omging. Ja, dan had je wel een probleem.”

Het meelvaren was een loodzware klus; de balen meel wogen toen nog 50 kilo per stuk. “Vooral die grote zakken droge pulp waren niet te hanteren. En dan waren er ook nog boeren die deze zakken op zolder wilden hebben.”  Het veevoer werd twee tot drie keer per week naar de boerderijen gevaren. In de winter vaker dan in de zomer, wanneer een groot deel van het vee immers op het land stond. Maar het was in de winter ook nog op een andere manier zwaarder: “Vaak lag er ijs, waar je doorheen moest breken. En als het ijs sterk genoeg was moest je met de grote slee. Die trok je dan met de zakken meel erop over het ijs en soms ook nog door de sneeuw.” Er waren enkele van deze grote sledes in het Rietveld die door bewoners en leveranciers gebruikt werden.

Ook met de slee kon het fout gaan. “Een keer zakte ik samen met Gijs van der Lip – die mij in de winter soms hielp – met twee sledes en de zakken veevoer door het ijs. Maar gelukkig was dat bij de kant, zodat we de zakken nog konden redden.”

Martien de Frankrijker

Begin jaren 70 stopte Martien met meelvaren. Destijds had hij dit werk overgenomen van Hein van Nierop. “Maar toen had ik nog maar 12 melkkoeien en wat varkens en jongvee. Begin jaren zeventig had ik 30 melkkoeien en ging ik – door de nieuwe ligstal – naar 50 stuks. Het melkvaren kon ik er toen niet meer bij hebben, het werd gewoon te druk. Jan van der Lip nam het daarna van mij over.” In 1986 verhuisde Martien met zijn boerderij naar het Spookverlaat in Hazerswoude, waar hij uiteindelijk 80 koeien te melken had.

Vanaf 2006 bouwde hij zijn boerenbedrijf geleidelijk af. Sindsdien noemt hij zich ‘hobbyboer’.

Jeugdherinneringen

Nelly van de Werf in 2010

December 2018 – Op de website komen diverse reacties; een ervan kwam van Nelly van de Werf. In haar jeugd woonde zij op Rietveld 7, vlakbij Klein Giethoorn. Nelly heeft haar jeugdherinneringen op schrift gesteld. Hieronder publiceer ik enkele fragmenten daaruit, die betrekking hebben op het Rietveld.

Waar we woonden                                                              “We waren thuis met 7 kinderen, 5 meisjes en 2 jongens. We woonden buiten het dorp, in het Rietveld. De meeste mensen moesten met een bootje naar de vaste wal om boodschappen te doen of ergens naar toe te fietsen. De fiets namen ze mee in de boot. Wij hadden wel een bootje, maar hoefden niet te roeien om naar de vaste wal te gaan. Gelukkig niet. Wel moesten we met onze roeiboot naar de tuin. Mijn vader had een kwekerij in het Rietveld. Anderen hadden meestal een boerderij en elke boerderij stond op een eigen eilandje of schiereiland. Altijd sloten langs hun landgoed. Achter de boerderijen stond de koeienstal vast aan het huis. Alles onder één dak, als het ware. Vanuit het huis kon je in de stal komen. Na de huiskamer en de keuken had je het achterhuis. Daar werden de melkemmers e.d. schoongemaakt. Ook stond daar een grote waterpomp. Alles werd netjes onderhouden. Op zaterdag werd alles in en om het huis opgeruimd. Het erf werd aangeharkt, want meestal lagen er kiezelstenen om de boerderij.”

Naar school                                                                                                                                                                             “We gingen lopend naar school. Om 8 uur ’s morgens gingen we op stap met broers, zusjes en buurkinderen. Om 9 uur begon de school. Het was een eind lopen. We deden onderweg vaak ondeugende dingen, zoals slootje springen. Piet (broer) ging altijd als eerste het ijs proberen. Na schooltijd opnieuw. Oudere jongens uit de hogere klassen deden dan ook mee en hielpen mij en Ria, mijn vriendin, over de sloot. Het gebeurde wel eens dat onze sokken toch nat werden. Dan deden we thuis het spelletje ‘geen zeil aanraken’. Dus via de vloerkleedjes naar de huiskamer. Zo kon mijn moeder niet zien dat we natte voeten hadden”.

De oorlog                                                                                                                                                                                “Ik ben een week vóór de oorlog geboren.  Toch kan ik mij nog een aantal dingen herinneren; dat zal wel van de laatste 2 jaar zijn. Zo weet ik nog dat een vrouw helemaal uit Den Haag kwam lopen om wat voedsel te vragen. Mijn moeder gaf haar toen een maaltijd. Daarna kreeg zij nog een paar aardappelen mee, die zij in een jutezak deed. Er bleven ook wel mensen slapen. Dat waren onderduikers, bang dat ze naar Duitsland moesten voor dwangarbeid. Zoals ome Jan. Later werd hij toch opgepakt. Toen hij terugkwam uit Duitsland, kwam hij weer bij ons. Mijn zusjes hebben toen leuke vlaggetjes gemaakt en ons huis versierd.                                            Niet alle onderduikers waren aardig. Sommigen probeerden de baas over ons te spelen. Wij deden spelletjes of tafeltennis en daar konden zij niet tegen. Maar mijn moeder nam het dan altijd voor ons op.                              Ook kwamen er Duitse soldaten over het erf. Zij vonden ons mooi met die blonde haren. Mijn moeder zei dat het toch wel moeilijk was, een groot gezin in oorlogstijd. Een van hen trok het zich aan. Hij zei dat hij gestuurd was. We noemden hem toen ‘de goede soldaat’. Maar het gebeurde ook dat er een razzia was. Mijn vader nam dan alle buurmannen mee naar zijn kwekerij, zodat ze zich tussen de coniferen konden verstoppen voor de Duitsers.  Op 5 mei 1945 kwam de bevrijding. Wat was iedereen blij. Er werd volop feest gevierd. We zijn toen met ons bootje naar Hazerswoude dorp gevaren. Daar was het feest. We kregen chocolade, thee en surrogaatkoffie mee naar huis.”

De familie Van de Werf in 1947

De storm van 1953         “Op 31 januari 1953, de vooravond van de watersnood ging mijn vader roeiend met zijn bootje het Rietveld in. Hij ging de boer op om met de toenmalige bewoners te praten en handtekeningen te verzamelen. Dat was voor een weg door het Rietveld. Zijn laatste bezoek was bij de familie Van de Lip, op Rietveld 9. Daar hadden we hem nog heen zien gaan. Op dat moment begon het enorm te stormen, zo erg hadden we het nog nooit meegemaakt. Mijn moeder werd doodsbang en wij ook. Onze angst werd nog erger omdat het donker werd. Tegen deze storm kon niemand opvaren. Wat zou er gebeurd zijn? Uiteindelijk ging bij Van de Lip het buitenlicht aan. We konden zien dat er iemand naar achteren liep. Mijn moeder was gerustgesteld. Dat moest pa zijn; hij ging niet varen maar kwam over land. Uiteindelijk liep hij helemaal naar de Voorweg en via het Pad van Meurs weer terug (plm 2 km). Hij kwam drijfnat thuis.”

Het eerste baantje                                                                                                                                                               “Na 2 jaar Mulo deed ik de Middelbare Handelsavondschool in de avonduren. Ondertussen hielp ik mijn moeder in de huishouding en met kousen stoppen. Mijn eerste baantje kreeg ik bij het Elisabeth ziekenhuis in Leiden. Daar had ik huishoudelijke taken. Van het dorp ging ik met de bus naar Leiden. Als ik in de bus zat zag ik altijd ‘mijn vriendje’ naar zijn werk gaan. We zwaaiden altijd. Ik mocht niet met hem doorgaan, want hij was gereformeerd en ik katholiek. Dat was toen zo. Ik heb het er thuis niet eens over gehad. Mijn zusters waren mijn voorbeeld.                                                                                                                                                                            Ik ging ook vaak bij de overburen helpen als de boerin op bed lag. Ik kookte dan en deed voor korte tijd de huishouding. Toevallig altijd op dezelfde boerderij. Het wisselde daar nogal eens van mensen; zij werkten voor iemand anders van wie de boerderij was. De overbuurman kwam mij dan halen met zijn boot en bracht mij weer thuis. Het was bij hen bekend dat ze naar mij moesten vragen als er iets was met de vrouw. Meestal was het een miskraam en moest de buurvrouw in bed blijven of rustig aan doen. In het ziekenhuis kreeg ik 5 gulden per dag, maar bij de zieke buren heb ik niets verdiend. Dat was ook niet de bedoeling. Je hielp elkaar. Zo assisteerde mijn moeder dokter Meyst als er een bevalling in de buurt moest plaatsvinden. Zij was vroedvrouw, zo heette dat, al was het niet haar beroep. Zij had een mooi wit schort dat zij dan voordeed en vertelde ons later dat er weer een kindje was geboren.”

Na een heel leven, waarin Nelly ook nog een tijdje in Australië heeft gewoond, woont zij momenteel in Amstelveen. Zij heeft 2 dochters.

Foto 1951. Rietveld 7 (links), waar Nelly geboren is. Het was oorspronkelijk het zomerhuis van boerderij Rietveld 5, dat ernaast staat. Deze twee woningen van het vaardorp waren altijd al over land bereikbaar.

Brughoofden verdwenen

Zo’n 60 à 70 jaar geleden was een brug gelegd vóór boerderij Rietveld 18.  Zo kon het vee naar de overkant komen, zonder dat er gevaren hoefde te worden. Ook kon boer Van Zuijlen met licht materieel en als het niet te nat was over weilanden naar de Loete rijden. Daar lag de dichtst bij zijnde weg, op 1,5 km afstand van zijn boerderij.

 

De brug deed al lange tijd geen dienst meer, maar de vaste brugdelen lagen er nog.    Vorige week zijn ze verdwenen. Het hoogheemraadschap van Rijnland was van mening dat de brughoofden de doorstroming van het water belemmerden. Met groot materieel en op pontons werden deze vaste brugdelen daarom verwijderd en afgevoerd.

 

Dezelfde plek op 28 november 2018: de flessenhals is verdwenen.

 

‘s Nachts kwam de pyromaan

Rietveld 27 – tot 11 augustus 1976

November 2018 – Het was de nacht van 10 op 11 augustus in het jaar 1976. De 65 jarige weduwnaar Horsman lag in een diepe slaap in zijn boerderij Rietveld 27. Het liep tegen 2.00 uur toen hij plotseling wakker werd. Er klonk gekraak in de boerderij. In eerste instantie dacht hij aan inbrekers en ging hij voorzichtig op zoek. Buiten gekomen zag hij dat de vlammen reeds hoog uit zijn hooiberg oplaaiden. In zijn pyjama is hij naar de buren gerend, die de brandweer alarmeerden. Snel kon hij daarna het vee dat in de stal stond naar buiten loodsen. Niet veel later raakte de stal in brand en zorgde een ontploffende gasfles voor een waar inferno.                                                                    Tegelijk met deze brand woedde er ook een brand in de hooiberg van de  boerderij van de familie Van den Akker, even verderop aan het Rietveldsepad. Beide branden waren het werk van een pyromaan.

Cees van Driel, Rietveldbewoner, was ooggetuige: Ik werd die nacht wakker door hevige knallen. Dat bleken de golfplaten te zijn die door de hitte kapot sprongen. Ik roeide toen naar de boerderij van Horsman. Toen ik aankwam was er nog geen brandweer aanwezig. Het huis zelf stond toen nog niet in brand; wel de hooiberg en de stal. De brandweer van Alphen was op dat moment bezig de andere brand te het blussen in de hooiberg aan het  Rietveldsepad.  Al snel kwam de brandweer van Hazerswoude aanrijden via de Smitweg om de brand op Rietveld 27 te blussen. Omdat er toen nog geen verharde weg was op de Compierekade probeerde men via het weiland naar de brand te rijden. Dat ging mis, de brandweerauto liep vast in de zachte grond. Wel lukte het een klein voertuig met een mobiele pomp naar de boerderij te komen, maar deze strandde uiteindelijk voor een sloot. Ik heb toen nog geholpen om een ladder van hen over de sloot te leggen. Al met al duurde het erg lang voordat er water werd gespoten. Ik denk haast wel een uur. De grote brandweerauto is volgens mij omgereden via de Rijndijk en Alphen om via het Alphens Rietveld naar de brand te komen. Intussen was er ook een auto van Alphen gearriveerd.

Volgens mij heeft de brandweer nog een gasfles naar buiten gebracht maar er stond er nog eentje in een kast die toen later is ontploft. 

Horsman liep later radeloos in zijn witte hemd heen en weer en is toen naast een boom in elkaar gezakt. Buren ontfermden zich over hem.

De hooiberg aan het Rietveldsepad brandde slechts gedeeltelijk uit. Maar de boerderij Rietveld 27 werd volledig in de as gelegd. Het blussen begon veel te laat en had weinig zin meer. De pyromaan en veroorzaker van dit alles, een 40-jarige fabrieksarbeider uit Alphen, kon dezelfde nacht nog worden aangehouden. Hij hield zich met zijn fiets op bij de spoorwegovergang aan het begin van het Rietveldsepad. Toen twee agenten hem aanspraken gaf hij op routinevragen de vreemdste antwoorden. Meegenomen naar het bureau gaf hij uiteindelijk toe de 2 branden te hebben aangestoken. Vervolgens zou hij ook nog bekennen de brand te hebben aangestoken die eerder, op 25 juni, 2 stallen met vee verwoestten van de familie Vis, ook aan het Rietveldsepad.

Voor de rechtbank zou de man later verklaren hoe hij tot de brandstichting was gekomen: Hij hield konijnen en voor hen had hij hooi gevraagd bij de boeren. Maar waar hij het hooi vroeger als kind gratis meekreeg, moest hij tegenwoordig betalen. Dat had hem chagrijnig gemaakt. Ook zou hij verklaren bij zijn daad “gedreven te zijn door de duivel”. Psychologisch onderzoek wees uit dat de man nauwelijks  toerekeningsvatbaar was. De eis was dan ook een t.b.s. naast een gevangenisstraf van 4 maanden. (bron: Leidsch Dagblad)

Boerderij Rietveld 27 werd niet meer herbouwd. Dat was ook niet nodig; het bijbehorende land was immers al voor een groot deel verkaveld tot boomkwekerijen. Wel kwam op de plek van de boerderij een eenvoudig huis.

Rietveld 27 – foto vanaf de Rietveldse Vaart

 

 

Kort geleden is een nieuwe eigenaar er opnieuw begonnen. Er staan nu een prachtig nieuw huis met veel glas en een tuinhuis.