De waterval

Een bijzonder element in het Rietveld is ‘de waterval’, gelegen achter de Rietveldse molen. Hier stroomt permanent water vanuit de Papenvaart een meter omlaag de Rietveldse vaart in. Het water stroomt daarbij over een breed geaccidenteerd talud, waardoor een kabbelend geluid ontstaat. Deze waterval tussen brede rietkragen achter de molen blijkt een van de favoriete plekjes van Rietveldbezoekers. Ernaast is een picknickplek vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de polders.

Hoe is deze waterval ontstaan?

In 1959 werden de Rietveldse en de Hoornse polder samengevoegd tot de Riethoornse polder. Vervolgens werd een nieuw gemaal gebouwd voor de beide polders. Dit gemaal kwam op een plek nabij het noordzijde van de Compierekade, waar tot 1929 de Hoornse molen stond. Het boezemkanaal dat het water moest gaan afvoeren naar de Rijn, lag er nog.

In 1966 was het zover. De Rietveldse molen stopte met de bemaling, waarna deze taak werd overgenomen door het nieuwe gemaal. De Papenvaart achter de molen, eeuwenlang de waterafvoer van het Rietveld naar de Rijn, kreeg een andere functie: het werd een waterinlaatkanaal. In de Papenvaart werden 2 stuwen geplaatst, één bij de Rijn en de ander in het Spookverlaat (foto). Beide stuwen hebben een inlaat of inlaatduiker, bedoeld om water de polder in te laten.

Via de twee inlaten stroomt water uit de Rijn naar het lagere deel van de Papenvaart om vervolgens via een val van 1 meter hoog de Rietveldse vaart in te stromen: de waterval.

Dit binnen laten van water is nodig om het polderwater vers te houden – stilstaand water wordt “dood”. Bij een te lage waterstand, bijvoorbeeld na een lange periode van droogte en de daarbij voorkomende verdamping, wordt de inlaat ook gebruikt om het water weer op peil te krijgen.

Door Rijnwater in te laten aan de ene zijde van de Riethoornse polder en weer op te malen aan de andere zijde ontstaat aldus een permanente verversing van het polderwater.

Het inlaten van rivierwater in de polder heeft overigens ook andere gevolgen: ook in het Rietveld worden steeds vaker rivierkreeften gesignaleerd.

Op de foto: een rivierkreeft op bezoek bij Rietveld nr. 17

Papenpad en Papenvaart

Tussen de Rietveldse molen en de Rijn loopt de Papenvaart. En ernaast loopt het Papenpad. Waar komen die namen vandaan? Een paap is immers ‘’een mild scheldwoord voor een katholiek persoon”. Voor de historie van het Papenpad moeten we terug naar het jaar 1572.

Hazerswoude was toen nog maar een klein dorpje. Het had al wel een kerk, de St.Michaelskerk, gewijd aan de aartsengel. Deze kerk stond op de plek van de huidige Hervormde kerk.

De omwenteling die in april van dat jaar in Den Briel was begonnen, kreeg ook Hazerswoude in zijn greep. In juni 1572 werd de kerk van Hazerswoude door de aanhangers van de nieuwe leer in beslag genomen. De pastoor vluchtte naar de Rijndijk en nam daarbij enkele kostbaarheden mee, zoals een koormantel, kelken en een monstrans. De Hazerswoudse kerk zou daarna definitief in protestantse handen blijven.

Voor katholieken die zich niet tot de nieuwe leer aangetrokken voelden, was er lange tijd geen gebedshuis. Maar rond 1581 kwam daar verandering in en werd de zolder van een boerderij aan de Rijndijk (nabij de latere Zwaantjeskerk) als schuilkerk ingericht. De katholieken mochten inmiddels wel hun geloof uitoefenen, zo lang dit maar niet in het openbaar gebeurde. Voor de vergunning voor deze schuilkerk moesten zij jaarlijks 200 gulden betalen aan de baljuw (ambtenaar), hetgeen voor die tijd geen klein bedrag was.

De schuilkerk aan de Rijndijk trok gelovigen uit een wijde omgeving. Vanuit het zuiden liepen sommigen over de waterkering aan de westrand van de Rietveldse polder, toen de ‘Oostkade’ genoemd. (Dit was de oostkade van de Geer- en de Rynenborger polder). Na de bouw van de Rietveldse molen en bijbehorende sluis in 1648 werd deze route nog aantrekkelijker. Je kon nu lopend de Kerkvaart oversteken en vervolgens vanaf de molen naar de Rijndijk lopen. Dit pad werd al gauw smalend het Papenpad genoemd.

De molen was te krachtig

Daar kwam in 1659 nog een Papenvaart bij. Toen de Rietveldse molen in 1648 begon te malen bleek hij krachtiger dan gedacht. Het water vanuit het Rietveld werd aanvankelijk om de sluis heen in de Kerkvaart gespuid. Maar de dijken richting het dorp konden dit niet aan waardoor overstromingen plaatsvonden. De molen had een eigen afvoerkanaal nodig naar de Rijn. Deze werd langs de Oostkade en het daarop gelegen Papenpad gegraven en was in 1659 klaar. En wat was er logischer dan deze vaart langs het Papenpad de Papenvaart te noemen?

St Michaels- of Zwaantjeskerk

In het begin van de 18e eeuw stond er aan de Rijndijk weer een echt kerkgebouw. En ook deze kerk was ook weer gewijd aan Sint Michael, zoals destijds de middeleeuwse kerk in het Dorp. De kerk, eenzaam langs de Rijn, had evenals de schuilkerk een functie voor de wijde regio. Velen kennen de kerk nog onder de bijnaam ‘de Zwaantjeskerk’.

Tot het eind van die eeuw werd het Papenpad belopen, daarna raakte het kerkpad in ongebruik. Want in 1797 kreeg Hazerswoude-dorp zijn eigen katholieke kerk weer terug. Toen nog in een leegstaande kerk van de doopsgezinde gemeente maar in 1881 – door toedoen van pastoor Van Zon – in een nieuw kerkgebouw zoals we dat nu kennen. Patroon van de kerk werden de heilige Engelbewaarders. Zo werd via de naam de band met de middeleeuwse kerk in het dorp alsnog behouden. De Zwaantjeskerk aan de Rijndijk is inmiddels gesloopt.

In 1664 werd de oude middeleeuwse kerk in het Dorp gesloopt. De protestanten lieten op dezelfde plek een nieuwe bouwen, de kerk van de Hervormde gemeente, zoals die er nu staat. Ook binnen de eigen gelederen woedde bij de protestantse beweging door de eeuwen heen een geloofsstrijd. Zo ontstonden in Hazerswoude verschillende afscheidingen. Uiteindelijk bleef hiervan naast de Hervormde Kerk als enige de Gereformeerde Kerk over. Eind 19e eeuw liet zij een kerkgebouw neerzetten op de hoek van de Gemene weg en de Dorpsstraat. In 1969 werd dit gebouw verlaten voor een nieuwe kerk, de huidige kerk de Korenaar.

Ieder geloof zijn eigen bakker

De geloofsstrijd sloeg uiteindelijk neer in de verzuiling, hier maar ook elders in ons land. In het sociale en politieke (verenigings)leven ging men zich langs de lijnen van het eigen geloof organiseren. In een dorp als Hazerswoude, waar de geloofsstrijd zo heftig was geweest, nam die verzuiling soms groteske vormen aan. Ook in het Rietveld dat buiten het dorp lag, was dat merkbaar. Tot in de jaren 60 bezorgden de leveranciers in het vaardorp nog aan huis met de roeiboot. Maar dan had je een hervormde, katholieke en gereformeerde bakker, kruidenier of slager en zij leverden elk alleen aan hun eigen geloofsgenoten. Druk was het, maar niet erg efficiënt. ‘Time’ was toen nog lang geen ‘money’.

Het Papenpad is er nog grotendeels. Het eerste stuk loopt van de burg. Ten Heuvelhofweg naar het Spookverlaat en is het best te belopen. Het pad verspringt bij het Spookverlaat maar gaat daarna verder tot aan de N11. Daar kan je linksaf via bruggen over slootjes naar de Oostvaart lopen.

De Papenvaart ligt er nog steeds. Hij loopt vanaf de Rietveldse molen met een slinger door Spookverlaat. Daar ligt een stuw ; het gedeelte naar de Rijn heeft een hoger waterniveau. De Papenvaart gaat onder de N11 en de spoorlijn door en komt bij de Rijndijk uit, vlak voorbij de voormalige pastorie van de Zwaantjeskerk. Daar ligt weer een stuw om het niveauverschil met het hogere waterniveau van de Rijn op te lossen. Vooral het gedeelte in Spookverlaat is in combinatie met de omringende natuur werkelijk schitterend.