
Tot 1972 werd de post nog bij ieder Nederlands gezin aan huis bezorgd. Maar in dat jaar introduceerde de PTT de zg. 10 meter-maatregel: Vanaf een nader te bepalen datum (’73/’74) zou de post alleen nog maximaal 10 meter vanaf de openbare weg worden bezorgd. Indien woningen verder van de weg stonden, kregen deze de beschikking over een zg. buitenbus, groen van kleur, die aan de weg moest worden geplaatst.
In het Rietveld sloeg de maatregel in als een bom. Vertaald naar het vaardorp betekende de PTT-maatregel dat de bewoners voor het ophalen van hun post een flink eind zouden moeten varen en lopen, namelijk naar hun brievenbus aan de nog maar net aangelegde Burg. Smitweg. Andere openbare wegen waren er toen nog niet. En wat minstens zo erg was, dat de zo belangrijke postbode uit het vaardorp zou verdwijnen.
De Rietveldse postbode
Gijs den Hertog was in die tijd de belangrijkste postbode van het Rietveld en onder de bewoners zeer geliefd. Helaas is hij enkele jaren terug overleden en kunnen we hem niet meer spreken. De Hazerswoudenaar Kees de Gelder (71), in die tijd ook werkzaam als postbode, viel soms in voor zijn collega. Kees vertelt: “ Iedere dag voeren wij met de PTT boot langs de Rietveldse woningen, onze fiets namen wij dan mee.

De ene dag vertrokken wij bij Klein Giethoorn en deden we alle woningen naar het oosten. De boot ging dan aan het slot aan de Compierekade. De volgende dag begonnen we bij de Compierekade en deden we alle woningen naar het westen tot aan Klein Giethoorn. Bij ieder eiland werd aangelegd en werd de post aan de woning bezorgd. Maar meestal was dat niet nodig en kwamen de altijd nieuwgierige eilandbewoners je al tegemoet met de vraag: “Heb je nog nieuws uit het dorp?” Kees lachend: Maar soms waren zij het die ons nieuwtjes vertelden, gehoord van de melkvaarder of de bakker die in de ochtend al langs waren geweest.
Voor de geïsoleerde bevolking van het Rietveld verrichtten wij ook kleine diensten. Zo namen wij postzegels mee of brieven die verzonden moesten worden. Soms ook wel een pakje shag of pruimtabak uit het dorp, als daarom gevraagd was. Voor de ouderen hadden wij de service dat we de AOW-cheque ter plekke, in het Rietveld, uitbetaalden. Als het dan klopte kregen wij meestal een gulden of een kop koffie.”
De postbode was dus een belangrijke figuur in het vaardorp; hij maakte deel uit van het netwerk van leveranciers, zoals bakkers, kruideniers etc die voor het geïsoleerde vaardorp contact onderhielden met de omringende samenleving. Het was daarom begrijpelijk dat er onder de Rietvelders veel boosheid heerste over de voorgenomen maatregel van de PTT.
Het Rietveld in actie
Na onderling beraad werd vanuit de bewoners een comité samengesteld van drie wijze heren: H. van der Lip, G. de Wit en R. van Vliet. Eerst verwierven zij steun bij de gemeente Hazerswoude. Vervolgens werden samen met burgemeester Ten Heuvelhof en wethouder Van de Werf gesprekken gevoerd met de PTT, eerst regionaal (in Leiden) en later landelijk (in Den Haag).

Maar de PTT bleek onvermurwbaar; het was een landelijke regeling waarop men geen uitzondering kon maken. De groene brievenbussen zouden geplaatst worden langs de dichtstbijzijnde openbare weg, de Burg. Smitweg en met name bij de aansluiting met het Pad van Meurs, toen nog een grindpad dat naar de vaart liep. In de maatregel was besloten dat noch de Rietveldse vaart, noch het private Pad van Meurs aangemerkt konden worden als openbare weg.
Wat dit betekende voor de Rietvelders werd breed uitgemeten, ook in de regionale pers die volop meeleefde. De bewoners zouden dagelijks een afstand tot anderhalve kilometer moeten afleggen, varend over de Rietveldse Vaart en lopend over het Pad van Meurs, om hun post aan de Burg. Smitweg op te halen. Deze beproeving zou hen een half uur tot drie kwartier per dag kosten, “en dat gedurende de meest productieve tijd van de dag”, aldus de burgemeester. Er was weinig begrip voor de opstelling van de PTT; deze werd door Rietvelder Rein van Vliet als “keihard” betiteld.
Landelijke politiek ingeschakeld
Gezamenlijk werd besloten de kwestie voor te leggen aan de landelijke politiek. Al snel werden daarna politici in het Rietveld gesignaleerd, zoals de kamerleden de Boer en Roolvink (ARP). Er volgden kamervragen aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, gesteld door 6 politici van ARP, CHU, KVP, PvdA en VVD. Deze kwamen uiteindelijk neer op de vraag: “Zijn er geen uitzonderingen mogelijk”. Ondertussen werden de problemen in het Rietveld ook belicht in de landelijke pers en was de NOS van de partij met tv-opnamen van het Rietveld. Het programma van Gewest tot gewest van 15 augustus 1973 besteedde via interviews met burgemeester Ten Heuvelhof en bewoner Rein van Vliet aandacht aan de problemen en liet daarnaast mooie beelden zien van het vaardorp.
Uiteindelijk had een vertegenwoordiging van de Rietvelders en de gemeente een gesprek met staatssecretaris Van Hulten (PPR), die in 1973 (mede)verantwoordelijk was voor de PTT. Burgemeester Ten Heuvelhof kwam daarin met het ultieme idee om ieder Rietvelds gezin 100 gulden te laten betalen om zo de service van de PTT in het vaardorp te kunnen handhaven. De staatssecretaris zelf dacht eerder aan uitstel van de maatregelen totdat het gehele Rietveld ontsloten zou zijn. Maar beide suggesties bleken nadien op tal van bezwaren te stuiten.
De teleurstelling was groot. De Rietvelders stonden met lege handen en zouden zich uiteindelijk toch moeten schikken naar de maatregelen voor de postbezorging, zoals die door de PTT waren aangekondigd. Er volgde nog wel een demonstratie met de solidaire postbodes door het Rietveld maar dat was achteraf eigenlijk het sluitstuk van de mooie service die de PTT al die jaren aan het Rietveld had verleend.


Eind 1973: Bewoners en postbodes demonstreren gezamenlijk tegen de PTT maatregelen voor het Rietveld
Een simpele oplossing
Toch kwam er uiteindelijk nog een deeloplossing. Deze was zo logisch en praktisch dat je je afvraagt waarom daar niet eerder aan gedacht was. Na het teleurstellend gesprek bij de staatssecretaris vond er namelijk een overleg plaats tussen de gemeente en Klein Giethoorn. Het resultaat was dat het pad van Meurs in eigendom zou worden overgedragen aan de gemeente en dat voor de prijs van 1 gulden. Daarna zou de gemeente het pad asfalteren.
Zo zou het Pad van Meurs uiteindelijk toch een openbare weg worden en konden de buitenbussen (in 1974) dicht bij de daar gelegen aanlegplaats van boten worden geplaatst. En hoefden de bewoners dus niet het pad heen en weer om de post op te halen.
Niet alle buitenbussen werden daar geplaatst: Voor enkele bewoners aan de oostkant van het Rietveld werden de brievenbussen geplaatst bij de aanlegplaats aan de Compierekade / het Rietveldse pad. En voor bewoners die hun huis konden bereiken via de nieuwe Burg. Smitweg kwamen de bussen langs deze weg te staan.
Met de verdere ontsluiting van het Rietveld begin jaren 80 zouden ook brievenbussen van Rietvelders aan de noordelijke ontsluitingsweg komen – niet geheel toevallig ging deze de Burg. Ten Heuvelhofweg heten. Er bleven nog 7 woningen varen; voor deze bewoners zouden de brievenbussen komen bij de aanlegplaatsen Dijkgraafweg en Klein Giethoorn.




